arezoeToen mijn man Joshua me vertelde dat we Iran zouden verlaten, stortte mijn wereld in. Die nacht heb ik alleen maar gehuild. Mijn kussen was doorweekt van mijn tranen. Ik begreep wel dat Joshua weg wilde: we liepen enorm tegen de regels en principes van de islam aan. Zelf waren we moslim, maar meer in naam dan uit innerlijke overtuiging. Bepaalde dingen konden we gewoon niet accepteren, bijvoorbeeld dat een man meerdere vrouwen mocht hebben en dat een vrouw minderwaardig is. Joshua dacht dat we buiten Iran een beter leven konden hebben. Maar ik vond het heel erg dat we weg moesten, want ik had een hechte band met mijn familie. Iedere week was ik bij mijn ouders en genoot van hun liefde.

Toen we in Nederland aankwamen, was ik bijna depressief. Eerlijk gezegd waren we met een heel ander beeld naar Nederland gekomen en toen we geconfronteerd werden met de harde werkelijkheid van het asielzoekerscentrum waar we terecht kwamen, kreeg ook Joshua last van sombere stemmingen. We hadden nauwelijks contact met de andere bewoners en al helemaal niet met Nederlanders, want we spraken de taal niet. Zo raakten we langzaam in een isolement. Op een dag besloot ik dat het zo niet langer kon. Onze kinderen hadden ons nodig. Ik wilde in contact komen met Nederlandse mensen, zodat we de cultuur zouden leren kennen en onze plek in de maatschappij konden innemen. Ik besloot om naar de kerk te gaan, want daar zouden wel mensen zijn die openstaan voor buitenlanders. Christen worden wilde ik niet, want ik was alle religie zat. Ik ging alleen naar de kerk voor de contacten. Joshua liet me vrij, maar wilde zelf niet mee.

Welke weg is de waarheid? Ik wil de goede weg kiezen en niet zomaar mijn religie veranderen.

In de kerk kreeg ik een Bijbel in onze eigen taal. Ik begreep niets van wat de voorganger zei, dus ik heb anderhalf uur in die Bijbel zitten lezen. Wat een mooie dingen las ik daar; hele andere dingen dan ik kende vanuit de islam. Ik werd geraakt door de genade en vergeving van God. Mijn hart ging open voor Jezus. Thuis sprak ik er met Joshua over en zei: “Je moet echt de Bijbel gaan lezen.” Ik was zo enthousiast over de woorden van Jezus, dat ik in een dag het hele Lukas-evangelie uitlas. Nederlanders namen me mee naar een Iraanse kerk, waar ik een vrouw ontmoette die me vertelde dat Jezus God is. Dat was voor mij een openbaring. De vrouw vertelde me: “Sinds ik Jezus heb geaccepteerd als God, is mijn leven helemaal veranderd.” Onderweg naar huis bad ik: “God, ik wil graag van u openbaring krijgen: welke weg is de waarheid? Ik wil de goede weg kiezen en niet zomaar mijn religie veranderen. Ik ben er niet zeker van dat Jezus de goede weg is en wil van u openbaring.” Diezelfde nacht heb ik een droom gehad over Jezus. In die droom kwamen er twee vrouwen naar mij toe met een tweeling. De ene baby was een beetje mooier en dikker dan de andere. De vrouwen zeiden: “Een van deze kinderen is Jezus. Je moet zelf ontdekken welke van de twee. Je mag ze even in je armen houden.” Ik koos de mooie baby en zei: “Dit moet Jezus zijn.” Toen ik de baby vasthield en zijn hoofdje tegen mijn hart legde, kwam er zoveel rust in mijn hart. Ik zei: “Kijk, ik heb de goede baby gekozen, want er komt rust in mijn hart.” Door deze droom wist ik dat Jezus je rust geeft in je hart. Dat was een openbaring voor mij, want pas veel later las ik in de Bijbel dat je rust krijgt als je Jezus aanneemt.

Jezus zei: “Ik zeg tegen jou dat we jou hebben geaccepteerd en dat je welkom bij ons bent.”

Toen ik Joshua mijn droom vertelde, zei hij tegen me: “Je kunt je leven toch niet veranderen op basis van een droom?” Ik besloot het onderwerp te laten rusten en had het niet meer over Jezus. Zes dagen later kreeg ik weer een droom. In die droom lag ik met mijn hoofddoek om op mijn knieën God te aanbidden, toen Mozes naar me toekwam. Hij zei: “Je moet opstaan, Jezus komt naar je toe.” Ik zei: “Ik wil hem niet zien, ik ben bang.” “Je hoeft niet bang te zijn, doe je ogen maar open”, zei Mozes. Ik keek en zag Jezus. Ik zag hem als een man met witte kleren aan die op een klein tapijt langzaam naar de hemel opsteeg. Hij was zo mooi en zag er zo vriendelijk uit. Daarna was mijn angst weg. Ik kon weer opstaan en kon hem nu aankijken. Jezus sprak in een vreemde taal tot mij. Ik vroeg hem: “Jezus, wilt u in mijn eigen taal met me spreken, want ik begrijp niet wat u zegt.” Hij lachte en zei: “Ik zeg tegen jou dat we jou hebben geaccepteerd en dat je welkom bij ons bent. Je mag bij ons komen.” Hij zei steeds ‘ons’.

De dag erna was ik in de kerk, waar het Paasfeest werd gevierd. Dingen die ik in de kerk zag, had ik ook in mijn droom gezien. Voor mij was dat een bevestiging dat het waar was wat ik gedroomd had. Jezus was de goede weg. Vanaf dat moment vertelde ik iedereen dat ik christen was geworden. Ik ging naar de kerk, las de Bijbel en verdiepte me in het christelijk geloof. Toch vond ik het moeilijk om mijn oude leven los te laten en mijn karakter veranderde niet. Op een dag hoorde ik een verhaal van een Iraans christelijk gezin. Ze waren ervoor uitgekomen dat ze gelogen hadden over hun achtergrond. “We hadden helemaal geen problemen in Iran maar zijn via Frankrijk hierheen gekomen”, zeiden ze. “Maar we wilden niet langer met een leugen leven, daarom zijn we nu eerlijk over onze achtergrond.” De politie was gekomen en had ze teruggestuurd naar Frankrijk. Wat een moed hadden deze mensen, om de waarheid te vertellen en zo te riskeren dat ze teruggestuurd zouden worden naar Iran! Maar dat was gelukkig niet gebeurd, want in Frankrijk hadden ze toch een verblijfsvergunning gekregen. Ik vond het een bijzonder verhaal en toen ik hoorde dat deze mensen naar Nederland kwamen om oude vrienden uit het asielzoekerscentrum te bezoeken, wilde ik ze graag ontmoeten. Dit moesten echte christenen zijn! Toen ik deze vrouw sprak, vroeg ze me of ik christen was. Ik bevestigde dat, maar daarna vroeg ze me: “Ben je ook veranderd?” “Wat bedoelt u?”, vroeg ik haar. Het was voor mij helemaal nieuw dat je zou moeten veranderen als je christen werd. Ik was niet veranderd, maar leefde nog steeds mijn oude leven.

Toen ik thuiskwam, waren de kinderen naar school en Joshua was naar het studiecentrum. Ik was dus alleen thuis en begon in mijn Bijbel te lezen. Ik las het verhaal uit Johannes 3, waar Jezus Nicodemus uitlegt dat je opnieuw geboren moet worden als je het Koninkrijk van God wilt zien. “Moet ik dan weer als baby opnieuw door de moederschoot gaan?”, vroeg de man aan Jezus. “Nee, je moet geestelijk opnieuw geboren worden”, had Jezus geantwoord. Ik begreep dat ik opnieuw geboren moest worden en ging op mijn knieën. “Jezus, ik wil opnieuw geboren worden, als een nieuw persoon”, bad ik. Vanaf dat moment heb ik mijn leven ook werkelijk als nieuw ervaren. Ik voelde de liefde van God voor andere mensen in mij en wilde wel tegen iedereen zeggen dat ik van ze hield. Zelfs de kleuren van bomen en bloemen waren anders geworden: helderder en veel kleuriger. Ik merkte dat ik een nieuw hart had gekregen, dat heel radicaal was voor God. Nu had ik echt een relatie gekregen met God en ik voelde dat hij bij me was en me leidde.