baharIk ben in een heel religieus gezin geboren en opgegroeid. Het is een warm en vriendelijk gezin en ik durf hardop te zeggen dat mijn familie echt van mij hield en ik ook van hen. In het begin van mijn tienertijd emigreerde ik samen met mijn gezin naar Nederland. Ik leidde een gewoon leven net als elk ander Iraans meisje.

Op de middelbare school kwam ik voor nieuwe dilemma’s te staan. Men is hier gewend om bij een kennismaking elkaar een hand te geven, in elkaars ogen te kijken en door je aanwezigheid je beleefdheid aan de ander te tonen. Ik kon dat gewoon niet. Er werd van me verwacht dat ik met de jongens in mijn klas samen werkte. Als er grapjes werden gemaakt, moest ik meedoen en mee lachen. Dat ik gewoon met de jongens vrij kon praten kende ik niet en ik gaf mezelf het recht niet om met hen contact te maken.

De situatie op school werd voor mij steeds moeilijker. Totdat vanuit school de bezorgdheid over mij aan mijn ouders werd gecommuniceerd. Mijn ouders vroegen zich af wat de oorzaak van mijn vreemde gedrag op school was. Ik antwoordde: sinds mijn kinderjaren heb ik dit van jullie meegekregen. Hoe kan ik nu ineens alles aan de kant zetten, vergeten en een ander persoon worden?

Na een tijdje maakte mijn moeder kennis met een paar christelijke vrienden. Ze was blij met haar nieuwe vriendenkring. Ze vond het belangrijk om deze relaties te onderhouden. Dit zorgde voor extra spanning en zorgen voor mij. We hadden al een moeilijk bestaan, maar het werd steeds zwaarder. Er kwamen mensen in ons leven waar ik niet zo blij mee was. Ik dacht; ze kunnen mijn moeder beïnvloeden om van haar geloof te veranderen.

In die tijd accepteerde mijn moeder Jezus in haar hart.

Eerst dacht ik dat dit onder hun invloed was gebeurt; het zal vast van korte duur zijn. Het waait wel weer weg, dacht ik. Maar langzamerhand zag ik bepaalde veranderingen in haar gedrag. In haar relaties met ons, met andere mensen, maar ook haar relatie met God was liefdevoller geworden.

Niemand mocht mijn gebedskledij aanraken, want ik zag mijn ouders als onreine mensen.

In die tijd zag ik de hand van Christus niet in deze veranderingen, maar werd me bewust van de leegte in mijn hart en leven. Mijn relatie met God was leeg en vaag voor mij. Wanhoop en teleurstelling overheersten mij enorm en zorgden ervoor dat ik een groot besluit nam.

Op een gegeven moment waren gewone gebeden niet meer genoeg voor me. Ik bad middernacht en las lange gebeden uit religieuze boeken om zo diepte te brengen in mijn relatie met God en dichter bij Hem te komen. Ik had een soort heiligdom in mijn kamer gemaakt. Niemand mocht mijn kamer binnen treden. Niemand mocht mijn gebedskledij aanraken, want ik zag mijn ouders als onreine mensen.

Tijdens eten werd ik overspoeld met wantrouw. ‘Mama heeft deze maaltijd bereid. Dit is ook onrein. Als ik dit eet, worden mijn gebeden niet verhoord’. Ik bad en smeekte God om zich aan mij te openbaren. ‘Zelfs een blik van Uw goedkeuring, is voor mij genoeg’. Maar het bleef altijd stil. Ik zag niets en hoorde niets. Dit zorgde ervoor dat gebrek aan geborgenheid en veiligheid in mij groter en groter werd. Ik realiseerde me dat ik bepaalde religieuze handelingen niet in Europa kon doen en dat mijn relatie met God altijd beschadigd zou blijven. Daarom besloot ik om naar kerken te gaan en hen te vertellen dat zij een verkeerde religie hebben en dat hun heilige boek vervalst is.

Op een dag ging ik verward en verdrietig naar de kerk. Mensen aanbaden God met vreugde. Gezamenlijk met heel hun hart dankten ze God voor Zijn liefde. Verdriet en nieuwsgierigheid sloegen toe. Diep in mijn hart hunkerde ik naar een soort gelijke ervaring in deze liefde.

Toen ik de kerk binnenkwam, kon ik door de sfeer die daar heerste en de relaties tussen mensen en hun manier van aanbidden heel duidelijk Gods aanwezigheid voelen. Het was net alsof God daar stond en iedereen Hem kon zien en voelen. Ze aanbaden hem.

Dit wakkerde een intens gevoel van jaloezie in mij op. Het besef dat ik dat niet heb maar daar wel erg naar verlang. Ik voelde een kracht mij naar voren trekken. Ik wilde gaan en die Jezus leren kennen. Wie is hij die zo veel liefde in mensen vrij maakt?

Huilend en trillend ging ik naar voren. Ik vertelde dat ik een moslima ben. Ik zei dat ik me nog nooit zo angstig heb gevoeld als nu. Want ik weet dat als ik voor dit pad kies, er voor mij geen weg meer terug is.

Ze hebben 3 minuten voor mij gebeden. Daarvóór geloofde ik niet in Jezus zoals Christenen in hem geloven. Ik had een enorm verlangen en nieuwsgierigheid om erachter te komen wie Jezus nu werkelijk is. Tijdens het gebed voelde ik een kracht mijn hele lijf vervullen. Het was een aparte ervaring. Ik had het gevoel dat er een gordijn tussen mij en God op zij was gegaan. Er werd een bedekking van mijn ogen weggehaald. Het was alsof Jezus altijd al in mijn hart was, maar nu kon ik hem beter zien. Ik geloofde! Christus was voor mijn zonden aan het kruis gegaan. Ik weet niet hoe het mogelijk is, maar er was een wonder gebeurd.

Nu heb ik alle zekerheid dat mijn handen in de handen van Christus zijn. God is bij mij. Van een afgezonderd en zwaarmoedig persoon, veranderde ik in een vlot en vreugdevol meisje. Ik zing voor God en dans met liefde voor Hem. Hij bracht echt blijdschap en blies nieuw leven in mij.

Mijn boodschap aan mijn leeftijdsgenoten is het volgende: ben je een meisje of een jongen die zich in mijn levenssituatie herkent, weet dan dat God niet naar je daden kijkt. Hij wil dat je iets uit liefde voor hem doet en niet uit een gevoel van verplichting. Hij wil zien dat je graag voor Hem wil leven.