danielIk weet niet hoe het kwam maar op een dag voelde ik de behoefte om meer te weten te komen over het christelijk geloof en over Jezus. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan als je in Iran woont. Met mijn moslimachtergrond werd het mij niet toegestaan om een kerk binnen te gaan. Ik heb mensen gevraagd of ze christen waren, of ze me antwoorden konden geven op mijn vragen en of ze me meer konden leren. Maar ze durfden of konden het niet. Na vijf maanden gaf ik mijn pogingen op. Toen hoorde ik opnieuw die stem: ‘Ga’. Ik ging van kerk naar kerk, maar zonder resultaat. Dat was het moment dat ik de moed opgaf. Als ik nu terug denk begrijp ik niet eens waarom ik telkens door zocht, ondanks veel teleurstellingen. Ik probeerde het te vergeten, maar toen werd de stem sterker: ‘GA! GA!’

Dít was de manier waarop ik wilde leven!

Deze keer was ik vastbesloten. In eerste instantie ben ik toen te rade gegaan bij een Armeense gemeenschap; ik dacht dat ze me daar wel zouden willen ontvangen. Ik raakte bevriend met één van de mensen van die kerk, maar toen het echt zover kwam dat ik hem vragen durfde te stellen, bleek dat het toch te moeilijk was om er over door te praten. Er was veel angst voor de regering, en voor veiligheidsdiensten die infiltreerden. Bij de ingang van één van de kerken vroeg ik iemand die naar buiten kwam lopen: ‘Ben je christen? Mag ik een paar vragen stellen?’ Hij bleek iemand te zijn die voor de kerk werkt. Hij gaf me een Bijbel en ik begon erin te lezen. Wat ik voelde is onbeschrijflijk. Wat een verschil met wat ik daarvoor had gelezen! Elk woord uit het boek sprak tot mijn hart. En daardoor bleef ik maar verder lezen. Het is moeilijk om uit te leggen, maar ik kon Gods aanwezigheid voelen. Ik kon Hem met heel mijn hart voelen. Niet dat ik geen vragen meer had. Die had ik zeker nog. Maar ik bleef zoeken en vragen en vinden! Ik ging soms naar de kerk, had soms gesprekken met de voorganger en las in mijn Bijbel. En al na een paar maanden besloot ik dat ik christen wilde worden en er álles van wilde weten. Ik zag steeds meer verschillen tussen de islam en het christelijk geloof. Voor mij was het op dat moment zo, dat in de islam God een baas was en in het evangelie een Vader. Dat in de islam ik vooral een dienaar van God was, maar als christen een kind van God kon zijn. In de islam is vergelding het antwoord en in het christelijk geloof het liefhebben van je vijanden. Dít was de manier waarop ik wilde leven!

Was ik bang? Absoluut niet. Ik was in Gods hand.

Twee jaar lang leefde ik zo met God. Gedoopt worden was verboden en er was geen kerk die dat wilde doen. Maar God deed wat ik beschouw als één van de vele wonderen in mijn leven. Na de aardbeving kwam een Koreaanse predikant naar Iran om te helpen, en ik was één van de drie mensen die door hem werden gedoopt. Was dat verboden? Ja. Was ik bang? Absoluut niet. Ik was in Gods hand. Dit is wat ik moest doen. Het duurde niet langer dan zes maanden voordat ik me realiseerde dat er voor mij geen plaats meer was in Iran. Niet alleen voor mijn eigen veiligheid maar ook voor die van mijn kerk. Het kostte me twee jaar om naar Nederland te komen. En waarom het Nederland werd weet ik ook niet. Eerlijk gezegd zijn er veel ‘waaroms’ maar wat telt is dat ik mijn leven in Gods hand had gegeven en dat Hij beslist over mijn leven. En dat ik Hem kan vertrouwen als Vader die het beste met mijn leven voor heeft. En op die manier is het zelfs een vorm van ‘vrijheid’ dat als God zegt ‘GA’, dat ik dan ga. Ik zou niet anders meer willen of kunnen en ik gun iedereen het leven met deze God en Vader.