djawaherToen ik een klein meisje was van zes jaar vond in mijn land Iran de islamitische revolutie plaats. Plotseling veranderde alles. Ik moest een hoofddoek dragen. Op school veranderden de regels. De sfeer in het land werd zwaar: er was geen ruimte voor muziek of voor lachen. Op straat werd er geschreeuwd als je hoofddoek niet goed zat. Ik begreep niet wat er gebeurde. Er kwam ook oorlog met Irak. Er waren bombardementen. Een gevoel van onveiligheid begon zich in mijn hart te wortelen. Ik voelde vanaf die tijd iets zwaars op mijn hart liggen. Ik zag uit naar een tijd dat er weer muziek en blijdschap zou zijn.

Mijn familie was politiek actief. Daarom werd op een dag mijn zus opgepakt. Mijn moeder drukte me altijd op het hart om voorzichtig te zijn en om stil te blijven. Ook hierdoor groeiden mijn gevoelens van onveiligheid en bitterheid. Toen ik vijftien was verloor ik ook mijn oudste broer door een ongeluk. Hij was als een tweede vader voor mij. Er groeide steeds meer woede in mij. Ik wilde wraak nemen, maar wist niet op wie. Ik werd depressief en wilde niet meer verder leven. Geestelijk en lichamelijk was ik kapot door zoveel zware ervaringen. Toen ik 22 was zeiden artsen dat ik acht jaar in behandeling zou moeten voor mijn depressiviteit. Daarnaast had ik allerlei lichamelijke klachten, waaronder hartproblemen, die voor een deel aangeboren waren. Elke dag moest ik dertien tabletten nemen voor van alles en nog wat.

Ik was inmiddels wel getrouwd en kreeg een zoon, het enige licht in mijn leven. De familie van mijn man was sterk religieus. Als er problemen waren in de familie legde mijn schoonvader de schuld bij mij, omdat ik niet uit een religieus gezin kwam. Om vrede en rust te krijgen in mijn leven probeerde ik alles te doen wat mogelijk was. Ik probeerde te leven als goede moslima. Ik wilde dichtbij God komen. Ik droeg mijn hoofddoek en deed mijn gebeden. Maar ik vond geen rust, geen hoop en geen licht. Integendeel, zowel mijn woede als mijn ziektes verergerden. Ik weet nog hoe ik naar de hemel keek en tegen God zei: ‘Ik doe alles voor U, maar U doet niets om mij te helpen. Vanaf nu ga ik voor mijn leven vechten.’ Om die reden probeerde ik allerlei andere dingen om mijn leegte te vullen, ik stortte me op een opleiding of zocht het in kunst. Maar ik vond het niet.

Toen ik 25 was kwamen we als vluchteling naar Nederland. Nu begin ik een nieuw leven, dacht ik. Maar helaas waren mijn problemen met mij meegekomen. En er waren nieuwe problemen meegekomen: ik had hier geen familie, geen comfort, en geen verblijfsvergunning. Mijn ziektes en depressie verergerden. Artsen wisten niet wat ze met me moesten. Mijn huwelijk was in gevaar.

Ik smeekte God: ‘Breng alstublieft verandering in mijn leven, of maak er anders een einde aan!’

Op een dag was ik in mijn kamer en voelde me zo zwaar dat ik niet meer op mijn benen kon staan. Ik knielde neer, en ik smeekte God: ‘Breng alstublieft verandering in mijn leven, of maak er anders een einde aan!’ Het was een paar weken later dat mijn zus mij een paar boeken opstuurde, onder andere een boek over vergeving en een over de autoriteit van liefde. Er stonden teksten in uit het ‘Heilige Boek’ (de Bijbel) maar ik wist niet wat dat was. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt, alsof er iets achter een gordijn stond wat ik graag wilde zien. Kort daarop zag ik bij een Iraanse vriendin twee ‘Heilige Boeken’ op tafel liggen. Toen ik ernaar informeerde mocht ik er een meenemen. Ik begon in het Nieuwe Testament te lezen over Jezus, en was verbaasd over alle wonderen die beschreven stonden. Toen ik kwam bij het evangelie van Johannes 14:12, las ik niet zelf de woorden, maar hoorde ik ze als een stem. Jezus zegt daar: ‘Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik, en zelfs meer dan dat, ik ga immers naar de Vader.’ Ik deed mijn Bijbel dicht en dacht: dat kan niet; ik kan niet worden als Jezus. Als moslima had ik altijd gehoord dat ik nooit zo zou kunnen worden als Mohammed of als zijn dochter. Dit bewijst dat de Bijbel vervalst is, dacht ik. Maar ik bleef diezelfde stem horen, waar ik ook was en wat ik ook deed. Ik was verward en wist niet wat ik moest geloven. Ik liep op een dag een kerkgebouw binnen, maar vond daar geen mensen. Ik vroeg aan God: ‘Wat is er achter dat gordijn? Ik wil het zo graag ontdekken.’

Ik bleef zoeken en ging op een zondag met iemand mee naar de kerk. Ik werd verwelkomt door de vrouw van de voorganger. Ik stelde me voor met de woorden: ‘ik ben moslima en ik geloof dat alle godsdiensten hetzelfde zijn’. Zij antwoordde vol overtuiging: ‘Dat is niet zo. Je moet verder blijven zoeken naar de waarheid’. In die kerkdienst was er een groepje kinderen die samen een lied zongen. Ze zongen: ‘Je bent een parel in Gods hand’, en het leek alsof ze allemaal naar mij keken. Mijn naam, Djawaher, betekent ‘juweel’. Ik werd diep geraakt door dat lied en moest onophoudelijk huilen.

Toch bleef in mij een strijd woeden. Ik kon geen keuze maken. Drie maanden lang worstelde ik ermee en had ik nachtmerries. Ik kon Jezus niet accepteren en ik kon niet geloven dat Hij de Zoon van God is. Op een dag luisterde ik naar een toespraak over nederigheid. Aan het eind knielde ik neer, en ik hoorde mijn mond voortdurend zeggen ‘Jezus, vergeef mij’, maar mijn hoofd vroeg ‘waarom vraag ik vergeving aan Jezus? Alleen God kan ons vergeven!’ Ik begreep nog steeds niet wat het allemaal te betekenen had.

De grote doorbraak kwam toen ik naar een christelijke conferentie ging. Ik voelde me teleurgesteld en was bijna weer weggegaan. Toen hoorde ik daar een preek en ik heb geen idee waar die over ging, maar het was alsof de boodschap niet via mijn oren ging maar via mijn hart. Die avond op mijn kamer bad ik: ‘Jezus, wie bent U?’ Het antwoord kwam: ‘Rustig maar, ik ben bij je, ik ben naast je.’ Ik durfde mijn ogen niet open te doen, maar ik wist dat Hij er was. Die nacht heb ik voor het eerst in jaren lekker geslapen.

De volgende dag was ik zo hongerig naar God. Ik volgde de lessen over de Bijbel en ik ‘at’ alle woorden. Iets in mij was radicaal veranderd. Ik voelde geen trilling meer in mijn lichaam, geen stress in mijn buik, geen problemen in mijn hart. Alles was weg. Ik voelde blijdschap en hoop. Ik kon lachen.

De volgende dag was er een doopdienst. Ik vroeg of ik ook gedoopt mocht worden. Ik wist dat anderen zich wel twee of drie jaar hadden voorbereid voordat ze gedoopt mochten worden, maar ik kreeg toestemming om me gelijk die volgende dag te laten dopen. Ze vroegen mij: ‘Waarom wil je je laten dopen? Wie is Jezus voor jou?’ ‘Hij is alles voor mij’, zei ik. ‘Wat is er dan gebeurd?’ Ik antwoordde: ‘De hemel is weer blauw, het gras is weer groen, de vogels zingen, ik kan weer vrolijk zijn!’

Op de eerste dag werd mijn hart aangeraakt, op de tweede dag kwam ik tot geloof, en op de derde dag ben ik gedoopt. Mijn leven was genezen. Ik gebruikte dertien tabletten per dag, maar ik heb ze sinds die dag nooit meer nodig gehad. Ik had de hoogste score van depressiviteit en mijn hart zou nooit meer genezen. Maar in juli 2003 vond ik Jezus en ben ik genezen. Ik was daar niet voor genezing, niemand heeft voor mijn genezing gebeden en ik dacht ook niet eens aan mijn ziektes. Ik was op zoek naar Hem, naar de bron, naar God. Ik had vanaf die dag geen vragen meer over wie God is: het licht was in mijn leven gekomen en de duisternis was weg. God heeft nog meer wonderen gedaan. Hij heeft mijn zoon teruggebracht die zeven jaar lang van mij weg was. En Hij heeft mijn familie tot geloof gebracht.

Ik zal nooit zeggen dat je als christen geen problemen meer hebt. Want zonder problemen kunnen er geen wonderen gebeuren. Zo leer je steeds weer om op Hem te vertrouwen.