elaIk ben een Turks meisje van 22 jaar (2013). Ik ben geboren en opgevoed als een Alevitisch moslim. Eigenlijk heb ik van huis uit vooral geleerd om Allah te aanbidden, veel over profeet Ali heb ik niet geleerd. Ik heb verschillende ‘’sureler’’ (Arabische standaard gebedjes) van mijn broer geleerd. Toen ik zo’n twaalf jaar oud was kreeg ik een boekje van mijn moeder waar ook die standaard gebedjes in stonden. Ik vond geloof altijd erg interessant, dus ik probeerde al die gebeden uit mijn hoofd te leren. En elke keer als ik hoorde dat een kennis of een vriend of iemand die ik alleen bij naam kende overleed, probeerde ik dichter bij Allah te komen. Ik wist alleen niet hoe. Het enige wat ik voor Allah deed was in mijn eigen woorden bidden en die standaardgebeden uitspreken. Ik voelde Allah niet. Toch bleef ik volhouden, ik wist immers dat de weg naar Allah het enige goede pad was. Totdat mijn broer (toen ik zestien was) in aanraking kwam met Jezus. Ik zal zijn getuigenis samenvatten.

Hij was zo’n twintig jaar, een stoere jongen die elk weekend uitging. Dames, vechten en volgens mij ook alcohol waren belangrijke dingen voor hem. Daarom had hij ook bijna elk weekend ruzie met iemand, zodat hij elke keer kon bewijzen dat hij goed was in vechten. Totdat hij een keer een klap van iemand kreeg en op de grond viel. Op dat moment verscheen een licht, en hoorde mijn broer een stem: ‘Waar ben je mee bezig?’ werd hem gevraagd. Mijn broer, die voor het eerst tijdens een ruzie had verloren, ging teleurgesteld naar huis. Thuis, midden in de nacht, ging hij even op de computer. Hij ging op Youtube, waar je aan de rechterkant filmpjes hebt die erg populair zijn. Daar stond de film van Jezus ook bij. Hij heeft de hele nacht naar die film gekeken en hij leerde op dat moment dus de Here Jezus kennen. Toen begon de zoektocht! Hij heeft drie dagen en nachten lang gebeden op zijn knieën en gehuild. Hoe komt het dat wij als moslim zijn geboren, wie is Jezus dan, wat is de waarheid? Hij bad dat hij duidelijkheid kreeg over de waarheid, zodat hij die God kon aanbidden. Na de derde dag, verscheen de almachtige Heer in een droom. Hij zat op een troon, als een Koning. Hij keek mijn broer alleen aan. Maar voor mijn broer was het antwoord duidelijk: De weg en de waarheid, dat was Jezus Christus. Hij ging wel verder met zijn zoektocht, maar hij was toen niet meer zozeer op zoek naar de waarheid, maar vooral naar waarom Jezus de waarheid is.

‘Ik geloofde dat er in ieder geval een God of Allah was die antwoord zou geven.’

Toen mijn ouders hoorden dat mijn broer zich bekeerd had werden ze erg boos. Elke dag werd hierover gediscussieerd. Ik bleef stil en luisterde alleen mee. Ik was heel erg teruggetrokken, een rustige puber. Bijna elke avond vroeg ik mijn broer of hij even naar mijn kamer wilde komen. Ik vroeg hem allerlei dingen over hoe ik moest zijn op school, hoe ik me moest gedragen enzovoort. Alles wat hij zei vond ik zo mooi klinken: ‘Als iemand jou op de rechterwang slaat, keer dan ook je linkerwang naar hem toe.’ Dit was één van de citaten die mij diep hadden geraakt! Ik begon steeds meer interesse te tonen en begon er zelf ook voor te bidden. Mijn broer nam mij mee naar een christelijke gemeente. Ik vond het best bijzonder. Ik dacht: Wow, wat zijn de mensen hier toch anders, sowieso anders dan de mensen die ik in het Alevitisch gebedshuis tegenkwam. Ik begon er voor te bidden, maar diep van binnen deed het me pijn! Ik vond het zo oneerlijk: Waarom moest ik in zo’n dilemma zitten? Waarom moest ik kiezen tussen de islam en het christendom? Was alles een leugen? Alles wat ik heb geleerd over de islam, en al mijn gebeden, was alles nep? Ik was diep teleurgesteld en ik voelde me wanhopig. Maar ik bleef bidden, ik geloofde dat er in ieder geval een God of Allah was die antwoord zou geven. Bij mij gebeurde het niet aan de hand van een droom. Het ging bij mij meer door te kijken naar verschillen tussen moslims en christenen, Bijbel en Koran, dus kortom de islam en het christendom. En die verschillen waren echt duidelijk te zien! Ik zag het verschil vooral in de mensen. Van de christenen leerde ik liefdadigheid en zachtmoedigheid. Van de moslims leerde ik ‘houd je aan de vijf plichten!’ Hoe realistisch is het om als student vijf keer op een dag te bidden? Allah wist toch dat de jongeren in 2013 leerplichtig zijn en dat de ouders werken? Ik voelde me meteen na dit soort gedachten weer schuldig tegenover Allah: ‘hoe kan ik mijn respect verliezen door zo te denken?’ Toch vond ik diep van binnen dat ik gelijk had.

Toen ik samen met mijn broer naar een islamitische bijeenkomst ging, was het verschil qua mensen overduidelijk. Mijn broer zat ergens anders met de mannen en ik zat bij de dames. Op de terugweg vertelde mijn broer dat een man in zijn gezicht had gespuugd, omdat mijn broer zijn ervaring met onze lieve Here Jezus in de groep had gegooid. Voor mij was dit het laatste druppeltje: Ik wou Jezus beter leren kennen en ik gaf Mohammed geen kans meer. Al deed het mij pijn om te weten dat mijn familie, vrienden, kennissen allemaal moslims zijn. Ik bad keer op keer om meer duidelijkheid te krijgen en ik vroeg steeds om bevestigingen. Ik vond het ontzettend bijzonder dat ik antwoord kreeg op mijn vragen. Ik heb wel wekenlang gesmeekt dat ik Hem ook in mijn dromen zou zien. Maar God liet mij blijken dat Hij eerst meer geloof wilde zien bij mij. Dit deed Hij onder andere door mensen die ik niet kende op mijn pad te sturen en hun mij vragen te laten stellen over geloof, waar ik in geloofde en waarom. Zoiets had ik nooit eerder meegemaakt! Ik heb de almachtige Heer daarna ook in mijn dromen gezien. Ook in mijn droom keek Hij alleen. Ik voelde dat dit de waarheid was. Ik voelde de aanwezigheid van de Heer ook heel goed!

Vanaf het moment dat ik de Heer in mijn leven had, leefde ik in vrede. Ik begon de bijbel te lezen. Matteüs hoofdstuk 5 raakte mij heel erg, dit omdat God hierin duidelijk laat zien dat Hij van ons verwacht dat wij goede mensen worden die andere mensen liefhebben: Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.” En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren. Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af. En als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op. Geef aan wie iets van je vraagt, en keer je niet af van wie geld van je wil lenen. Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel.

Ik heb ook moeilijker periodes gehad. Toen ik achttien was verzwakte ik heel erg in mijn geloof. Net in die periode leerde ik een Turkse jongen kennen. Dat zorgde voor meer afstand tussen mij en God. Mijzelf snijden begon ook een hobby te worden. Ik kon God en een Turkse (moslim)vriend niet combineren. Ik werd er gek van. Twee jaar daarvoor zat ik vol van Gods liefde, ik was zo vurig, zo sterk in mijn geloof. Hoe was het mogelijk dat ik zo erg verzwakt was, ik snapte er niks van. De satan had mij compleet in de macht! Ergens probeerde ik met mijn menselijke verstand STOP te zeggen tegen mijzelf. Ik vertelde mijn vriend wekenlang feiten over mijn geloof en ik hoopte dat hij zich zou bekeren. Dit gebeurde niet, en de relatie ging uit. Dit had mij helemaal kapot gemaakt, ik verzwakte erger en erger. Ik was teleurgesteld in God. Ik had pijn want ik hield heel erg veel van mijn vriend. Ik zat helemaal in de ban van mijn verloren liefde. En ik had het gevoel dat God mij had losgelaten. Ik was het allemaal zo zat.

‘Ik snapte niet waarom God mij beschermde, want ik had Hem verlaten.’

Een paar maanden later leerde ik een nieuwe jongen kennen. Ik had gedacht dat ik zo mijn ex kon vergeten. Ik had God helemaal losgelaten. Wat mij betreft kon en mocht ik naar de hel. Ik accepteerde het, want ik verdiende Gods liefde niet meer. Het enige wat ik nog tegen God kon zeggen was: Ik ga door de brede poort, de smalle poort is alleen voor de sterke gelovigen. Ik ben een zondaar, ik ga door de brede poort. (Matteüs 7,13: Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang). Ik werd door mijn ouders en mijn broer verplicht om me met deze jongen te verloven, terwijl wij hier allebei nog niet klaar voor waren. Deze relatie heeft twee jaar geduurd, maar elke keer dat hij om sex vroeg, dacht ik aan God. Ondanks dat ik niks meer met geloof te maken wou hebben, voelde ik me schuldig tegenover God. Op de een of andere manier voelde ik ook dat God mij aan het beschermen was, zodat ik maagd bleef. Ik snapte niet waarom God dat deed, want ik had Hem verlaten. Hij had zoveel wonderen laten zien en toch had ik Hem verlaten. Mijn relatie met mijn verloofde heeft twee jaar geduurd. Hij heeft toen ik het uitmaakte Jezus uitgescholden, en dit deed mij pijn! Toen het uitging faalde ik weer helemaal in mijn leven. Ik begon uit te gaan en te drinken, terwijl ik dit nooit eerder in mijn leven had gedaan. Mijn familie liet mij mijn gang gaan, omdat ze wisten dat ik afleiding nodig had. Maar ze wisten niet dat ik aangeschoten/dronken thuiskwam. Toen bedacht ik: Hé, nu ben ik vrij en kan ik overal naar toe, dus dan kan ik ook naar de kerk. Zaterdag kwam ik dronken thuis en de volgende ochtend ging ik naar de kerk. dramatisch! Ik zei thuis dat ik naar stage ging. Ik begon me een beetje te schamen. Mensen vroegen aan mij hoe het met mij ging en ze vonden het moedig van mij dat ik weer terug was bij God. Niemand wist echter wat voor een leven ik aan het leiden was. Twee werelden leken het wel voor mij. Ik schaamde me steeds dieper en toch wou ik daar elke week naar toe. Ik vroeg ook steeds aan die mensen of ze wilden bidden voor mij zodat ik sterker werd.

Toen kwam dat moment: Er was een dienst op zaterdagavond om mensen te bemoedigen. Daar kwam ook een Turkse vrouw, mijn oude buurvrouw en ook de moeder van een vriendin. Zij had zich ook bekeerd! Ik zag een paar keer traantjes over haar wangen rollen, dus ik dacht bij mijzelf: Zij is vast heel sterk in haar geloof, laat ik haar maar vertellen wat mij dwarszit. Ik heb haar eerlijk verteld dat ik liefdesverdriet had, maar dat ik eigenlijk terug wou komen bij God. Ik zei ook dat ik niet eens kon huilen wanneer ik bad, terwijl ik normaal altijd heel snel emotioneel ben. Ik zei dat ik God weer wou voelen en dat ik het zo niet langer volhield. Ze heeft gebeden voor mij, heel rustig en heel lang. En toen zei ze: Maak je niet druk om de brede poort. God heeft jou nooit losgelaten, de smalle poort is voor jou! En toen, toen kon ik huilen. Toen kon ik het voelen. God sprak tot mij. Hij zei tegen mij dat ik me niet meer druk moest maken om die brede poort! Hij maakte mij duidelijk dat mijn zonden vergeven zouden worden als ik Hem om vergeving zou vragen. God had zijn verloren schaap gevonden! De week daarop ging ik naar de jeugddienst. Hier praatte ik met een meisje. Ze bemoedigde mij heel erg en wat een vreugde, wat een liefde voelde ik! Vanaf dat moment voelde het weer net zoals in het begin, dit keer zelfs sterker. Ik ben inmiddels ouder geworden en durf meer te zeggen. Vanaf de eerste dag dat ik weer terug ben bij God, bid ik en vraag ik of Hij mij wil gebruiken voor andere mensen. En onze prachtige God heeft mij al meerdere keren gebruikt om met andere mensen over Hem te praten. Hij is geweldig! Hij leeft! Hij is Heilig, Hij is de enige die jou onvoorwaardelijke liefde kan geven!