fatmaIk was nog maar klein, viereneenhalf jaar oud. Mijn oma was een strenge moslima. Ik ging altijd mee met haar naar begrafenisrituelen, die worden zeven dagen lang gehouden, waarvan op de zevende dag als afsluiting eten wordt uitgedeeld. Mijn vader ging toen dood en we maakten een soort deeg om mijn vader te herdenken. Mijn oma en ik deelden eten uit, ook aan sommige Bulgaarse buren. Toen zei ze een keer tegen mij: God heeft van boven twee boeken neergezonden. Maar de Bulgaren (christenen) hebben het betere boek te pakken gekregen. Ik was toen boos: Waarom hebben wij Turken niet het juiste boek?

Als ik in contact met christenen kwam om verschillende redenen, bijvoorbeeld om het kerstfeest te vieren, deed ik mijn hand als een stopteken naar hen toe om te zeggen: Dit is jullie God, niet de mijne. Blijf bij mij uit de buurt. Ik deed heel veel dingen die mij waren verteld om als een moslim te leven. Maar ik kende Allah niet, ik was bang voor Allah. Mij werd verteld dat ik bestraft zou worden door Allah.

Ik ging naar school, een communistische school. Daar vertelden ze: Er is geen God. We leefden in de communistische tijd. We waren stiekem moslims.

Precies op dat moment ervoer ik dat er iets in mijn hart veranderde.

Toen werd ons land democratisch, in 1989. Iedereen was vrij om naar moskeeën en kerken te gaan. Mensen in ons dorp praatten over een ‘broeder Elias’, die moslim was geweest en christen was geworden en ze zeiden dat iedereen genas door zijn gebed. Er werd een bus gehuurd, en wij wilden daar naar toe gaan, naar het dorp waar hij woonde. Ik maakte grappen en maakte hen belachelijk in de bus. Maar mijn moeder was ziek, dus ik ging voor mijn moeder. Ik nam haar blouse mee. We gingen er naar toe. Om elf uur in de ochtend bad hij voor mijn moeder. Elias begon te bidden in een andere taal, ik begreep er niks van. Ik kwam thuis. Mijn moeder zei: Precies om elf uur voelde ik een soort vuur uit mijn lichaam komen. Uit mijn voeten kwam vuur.

Er was een christelijke Bulgaarse vrouw in ons dorp die dag en nacht naar de Bulgaarse kerk ging, in de kou en in de winter. Ik maakte haar belachelijk, ik zei: Wat moet ze nu dag en nacht in de kerk. Maar mijn moeder zei: Ik wil met haar mee naar de kerk. Ik was nieuwsgierig dus ik ging ook mee. Wij gingen de kerk binnen, en iedereen stond op. De mannen gaven ons een hand en de vrouwen omhelsden ons. Ik had nog nooit zo’n gastvrijheid gezien bij Bulgaren. Ze baden voor ons. Ik was ondersteboven van deze mensen. Een vrouw zei: Ik zie nu dat twee engelen jullie een beker aanreiken. Precies hetzelfde moment ervoer ik dat er iets in mijn hart veranderde. Ik werd een christen op dat moment. Ik liep de kerk in als een moslim en ik liep eruit als een christen. Ik wist niks over Jezus of het christelijk geloof terwijl ik een christen werd. In ons dorp waren mijn ma en ik de enige christenen. Wij begonnen anderen te vertellen over Jezus. In onze gebeden in de kerk ervoer ik God echt zo dichtbij. We baden om antwoorden en wachtten gewoon op een antwoord. Ik werd geen christen om wat ik zag, maar om wat ik van binnenuit ervoer.

Ik ging vroeger vaak uit en dronk af en toe wat. Nu zei ik tegen mezelf: Als alcohol mij van God verwijdert zal ik nooit meer drinken. Ik loog ook veel, maar nu ging ik oppassen dat ik niet meer loog. Ik wilde mensen helpen. Ik wist dat God 24 uur per dag bij mij was. Hij beschermde mij. Ik was niet meer alleen, Hij gaf mij de verlangens van mijn hart. Zo ervaar ik dat. Dit is echt het grootste wonder van mijn leven geweest en is het nog steeds.

Ik begon voor de Heer te werken. Hij is zo dichtbij in alles. Ik heb een neef, die nog heel klein was. Hij was vijf jaar. Waar ik was, daar was hij ook. Hij liep mij ook achterna naar de kerk. Wij begonnen te bidden in andere talen, en hij zei: Ik kan ook in andere talen bidden. Wij zeiden: Dat kan niet, er moeten eerst handen opgelegd worden. Maar hij begon in andere talen te bidden. Hij had God gevraagd en God had het hem gegeven. Hij bad overal om in stilte. Ik had eens een probleem, en hij wist het voordat ik het had verteld. God had het hem verteld en hij had ervoor gebeden.

Er zijn nu zoveel christenen van moslimachtergrond in Bulgarije in het dorp waar ik woon. Zij noemden ons de halleluja’s. Ik heb zoveel genezingen en wonderen meegemaakt in mijn leven, het is ongelofelijk maar het is echt gebeurd.