‘De woorden zijn van God, je hoeft ze niet te snappen.’

Ik werd geboren in Zuid-Jemen, in een gezin met negen kinderen. Mijn familie is streng moslim. Iedere dag was er de Koran en de moskee. Vaak begreep ik iets niet  goed, een woord of een heel gedeelte. Als ik dat aan mijn vader vroeg zei hij: ‘Geloof je niet?! Je mag niet vragen, alleen lezen. De woorden zijn van God, je hoeft ze niet te snappen. Je moet alleen luisteren.’ Op die manier bleef mijn hoofd gesloten. Ik vroeg niets meer, maar had wel veel vragen. Ik ging naar de universiteit, leerde mijn hoofd te gebruiken. Maar niet als het over mijn geloof ging. Dat mocht niet. Ondertussen was er in het Midden-Oosten en de rest van de wereld steeds meer islamitisch geweld gaande. Ik werd daar boos over. Dat was niet mijn geloof, vond ik. Dat was niet de echte islam.

Ook in de jaren voor de burgeroorlog in Jemen was er al gevaar voor kritische burgers. Mijn oudste broer gaf les op de universiteit en vond een bepaald lesboek niet goed. Zijn kritiek kwam hem duur te staan. In 2007 werd hij vermoord, door de politie. Ik had aan dezelfde universiteit gestudeerd en ik begreep dat het voor mij ook niet veilig meer was. Toen ben ik naar Egypte gevlucht. In het begin was dat goed, ik vond mijn vrouw daar, en twee kinderen werden er geboren. Maar ook daar kwamen er problemen met de Jemenitische ambassade. De politie liet me weten mijn veiligheid niet meer te kunnen garanderen. Na acht jaar Egypte moest ik mijn gezin voorlopig achterlaten in Egypte en  vluchtte ik naar Europa. Ik wilde naar Engeland vluchten, maar mijn vliegtuig maakte een onverwachte tussenstop op Schiphol. Daar kreeg ik te horen dat ik niet verder mee mocht zonder visum voor Engeland. Zo strandde ik onbedoeld in Nederland en zat enkele dagen later in een azc.

Met deze Koran wilde ik geen moslim meer zijn

De eerste de beste dag in het azc ontmoette ik Mokhtar. Hij kwam ook uit Jemen, en zelfs uit een dorp vlakbij het mijne! Mokhtar was christen geworden maar dat vertelde hij mij nog niet. Wel dat hij ‘gestopt was met de islam’. Ik vertelde dat ik vroeger nooit iets mocht vragen over de Koran. Maar Mokhtar zei: ‘Je mag mij alles vragen, ga je gang!’ En hij vertelde zelf ook veel. Dat was nogal  schokkend en verwarrend. Ik ging zelf de Koran weer lezen om te kijken of het klopte wat Mokhtar zei. Ik schreef alles op wat ik niet begreep, waar ik moeite mee had. Bijvoorbeeld dat er staat dat moslims andere mensen moeten doden totdat ze zich bekeren. Van zulke teksten dacht ik: dat kan niet van God zijn. Uiteindelijk schreef ik een heel notitieblok vol. Na een tijd was ik er zo volledig mee bezig dat ik twee dagen helemaal niet sliep. Daarna was het me duidelijk: met deze Koran (en er is geen andere) wilde ik geen moslim meer zijn. Maar ik geloofde nog wél in God. Dus de vraag was: Hoe of Wie is God echt? En hoe moet ik verder?

Hoe je bidt maakt niet uit. God luistert naar alle mensen.

In het azc kwam ik ook Samer tegen. Ik vroeg hem om hulp bij Nederlandse les. Samer gaf mij al snel een Bijbel cadeau. Weer een boek over God, dacht ik. Ik was boos en gooide het in een hoek. Maar ik had zeker wel vragen, en de uitnodiging om met andere Arabische mensen een Rabita-weekend mee te maken nam ik aan. Ik vond het prachtig wat ik hoorde en zag van de mensen die daar waren. Maar ik had wel een probleem: ik geloofde nog in God, maar niet meer in de Koran. God moest mij nu zelf duidelijk maken wat de waarheid is. Tijdens dit weekend ontmoette ik Haithm, óók een Jemeniet, die christen was geworden. Ik vroeg hem: ‘hoe moet ik nu verder’? Hij zei: ‘ga zelf maar bidden. Ik vroeg: ‘Hoe moet ik dat doen dan? Op een islamitische of een christelijke manier?’ Haithm: ‘Dat maakt niet uit. God luistert naar alle mensen.’

Jezus zei: ‘Jij komt bij Mij. Ga naar de kerk en laat je dopen.’

Een tijd hierna kreeg ik eens heftige kiespijn. Het azc had voor dergelijke gevallen een afspraak met een tandarts in Almere. Die had het gauw gezien: ‘Je kies moet eruit. Kom over drie dagen terug.’ In de tussentijd moest ik het maar volhouden met paracetamol. Drie dagen later zat ik dus opnieuw in de trein naar Almere. Mijn mond deed zeer en ik was wat aan het dommelen. Toen zag ik opeens, in die treincoupé, iets bijzonders. Het was geen droom, daarvoor was ik te wakker. Ik zag Jezus, een stukje boven de banken. Het was prachtig, en stralend licht. Jezus zei in mijn eigen taal tegen me: ‘Jij komt bij Mij. Ga naar de kerk en laat je dopen.’ Het vreemde was dat ik dat (Arabische) woord ‘dopen’ helemaal niet kende. Ik wist niet wat het betekende. Maar de kiespijn was wel op hetzelfde moment verdwenen. En er was nog meer veranderd in mij. Natuurlijk was ik niet vrolijk geweest met die kiespijn. Maar ook zonder dat voelde ik me eigenlijk nooit blij of opgewekt, ook vroeger niet in Jemen. Ik voelde me doorgaans boos en ontevreden. En nu? Er was een enorme onbegrijpelijke blijdschap. Ik groette iedereen om me heen. Dat zal wel vreemd geweest zijn! Maar ik kon gewoon niet anders. In die trein begon mijn echte leven! Toen ik bij de tandarts kwam, maakte die eerst opnieuw een foto. Hij keek ernaar en was verbaasd. ‘Ben je bij een andere dokter geweest? Er is niets meer te zien. Je kies is helemaal in orde. Tot ziens!’

‘Waarom werd je christen? Dat is niet nodig!’

Toen ik thuis kwam belde ik Mokhtar en Samer en vertelde dat ik me moest laten dopen. Mokhtar  vroeg of ik gedronken had! Samer zei: ‘Dat is prima, maar je moet nog wel eerst wat meer leren.’ Drie maanden deden we toen samen Bijbelstudie, daarna ben ik gedoopt. Ergens in dat eerste jaar had ik mijn interview met de IND. Er werd me toen een vreemde vraag gesteld: ‘Jij hebt al voldoende politieke problemen om je een status (een verblijfsvergunning) te geven. Waarom ben je dan christen geworden?’ Tja, zo denken sommige IND-medewerkers dus. Moslims worden in Nederland christen voor een status. In mijn geval waren de interviewer en de tolk beiden zelf moslim. Dat maakte het gesprek niet makkelijker. Het duurde negen uur. Ik heb gezegd dat ik wel wist dat ik geen bekering nodig had voor een status. Maar: ‘Ik ben van geboorte moslim, daar heb ik nooit voor gekozen. Maar nu ik begrijp hoe het echt is, nu heb ik zelf gekozen.’ De interviewer en de tolk waren heel boos op mij, maar moesten wel gewoon opschrijven wat ik had gezegd. Hoe dan ook, drie weken later had ik mijn status ontvangen, als politiek vluchteling.

Veertien maanden nadat ik in Nederland was aangekomen, mochten ook mijn vrouw en onze twee kinderen uit Egypte overkomen. Dat was voor mij wel spannend want zij was moslim, en ik had haar nog niet verteld wat er met mij gebeurd was. Toen ik daarover ging bidden, hoorde ik in mijn  binnenste de stem van Jezus: ‘Wees maar rustig, wacht maar af.’ Toen ik haar van Schiphol ophaalde dacht ik, ‘ik moet het haar meteen vanavond vertellen. Ik kan toch niet in één bed met haar liggen met zo’n geheim?’ En dat heb ik gedaan. Mijn vrouw was geschokt en dacht dat ik gek was geworden. Drie dagen heeft ze niets gezegd. Toen vroeg ze: ‘Waarom?’ Ik had natuurlijk op die vraag gehoopt en gaf haar het notitieblok met al mijn aantekeningen. Ze vond het moeilijk. Was alles vroeger dan fout? Na mijn notities vroeg ze om een Bijbel te lezen, en bovendien zocht ze op internet heel veel op over deze dingen. Na een maand wilde ze meer leren over de Bijbel. Samer heeft toen ook met haar enkele maanden Bijbelstudie gedaan. Maar ondertussen zag ze ook dat ik zelf veranderd was. Vroeger was ik een boze man voor haar en de kinderen. Nu was ik anders. Ze zag het werk van God in mijn leven. Om een lang verhaal kort te maken: ook zij is het afgelopen jaar gedoopt in de kerk, en onze kinderen ook!