lahlouIn Algerije ben ik opgegroeid in een gezin met twee broers en één zus. In mijn jeugd deed ik zoveel mogelijk wat van een goede moslim verwacht wordt, en deed daarin echt mijn best. Wat het oordeel over mijn eindbestemming zou zijn wist ik niet, ik kon alleen maar hopen.

Ik was 24 toen mijn huwelijk met de 2 jaar jongere Zoubida werd geregeld voor me. We woonden bij mijn ouders in, en mijn vrouw leed zowel onder mijn vaders beheer als ook onder mijn handen. Ik sloeg haar regelmatig, mijn vader kleineerde haar. Ons beeld van vrouwen is die van huishoudster en kinderverzorger. Wat ze verder te zeggen hebben is niet van belang. Ze had nog geluk dat ze mij een zoon baarde, en geen dochter.

Na een aantal jaren wilde ik een nieuw leven beginnen, liet mijn vrouw en zoon achter en ging naar Canada. In Amsterdam liep ik echter met mijn valse paspoort tegen de lamp en werd vastgezet. Na mijn vrijlating vond ik werk, ging in Rotterdam wonen en leerde een Sri Lankaanse christen kennen. Hij nodigde me keer op keer uit om bij hem te logeren en mee naar de kerk te gaan, maar ik zorgde dat ik zaterdagavond weer bij hem weg was. Uiteindelijk ging ik uit beleefdheid een keer mee. Ik zou wel wat kritische vragen stellen, en verontschuldigde mezelf richting Allah dat ik naar een kerk ging en beloofde dat ik Hem niet zou verloochenen. Tijdens de preek dacht ik de hele tijd na over al deze mensen die naar de hel zouden gaan omdat ze geen moslim waren. Toch werd ik ook geraakt door de liefde en blijdschap van de mensen. Dit was zo anders dan in de moskee.

Ik verontschuldigde mezelf richting Allah dat ik naar een kerk ging en beloofde dat ik hem niet zou verloochenen.

Een paar weken later nam deze Sri Lankaan mij in huis omdat ik mijn woning was uitgezet. Toen ben ik, om mijn vriend niet te beledigen, vaker mee geweest naar de kerk. Ik kreeg een Frans Nieuwe Testament die ik begon te lezen, maar ik las het met in mijn achterhoofd de lessen van vroeger dat dit een boek vol leugens moest zijn van slechte mensen. Maar waarom zorgden deze slechte mensen zo goed voor mij, en ik kon geen slechte dingen vinden in hun boek. Zo heb ik meer dan een jaar geworsteld.

Op een conferentie kreeg ik antwoord. Daar sprak een spreker uit Libanon die vroeg of hij voor me mocht bidden. Hij zei onder andere ‘Mijn zoon, vandaag heeft de Here Jezus je hart aangeraakt’. Ik had echter niets ervaren. Maar de volgende morgen werd ik wakker en voelde me anders. Alsof iemand een zware last van me had weggenomen. Zoiets had ik nog nooit ervaren, en ik wist dat Jezus mij had aangeraakt. Hij had me een ander mens gemaakt.

Ik belde mijn vrouw in Algerije. Ik kon niet meteen vertellen dat ik christen geworden was, maar voor haar telde maar één ding; herenigd worden met mij. Ze had het zeven jaar volgehouden bij mijn ouders doordat ze hier op hoopte. Na een tijdje stuurde ik haar een Bijbel om haar te laten merken dat er iets veranderd was. Ik wilde ook mijn leven op orde hebben voordat ze zou komen. Ik schreeuwde uit naar God dat Hij me een verblijfsvergunning zou geven zodat ik mijn vrouw en kind kon laten overkomen. Tegelijkertijd vroeg Zoubida in Algerije aan ‘de Jezus van haar man’: “als U echt bestaat, helpt u dan met een visum?”. Wonderlijk genoeg kreeg zij als alleenstaande vrouw met kind een visum om Algerije te verlaten, en kreeg ik een verblijfsvergunning.

Zoubida zag dat ik veranderd was, maar moest haar eigen zoektocht doormaken. Toen ze op een dag bad tot ‘de God van de Bijbel’ kwam er een fel licht naar beneden dat haar meenam naar boven. Eerst raakte ze in paniek, maar ze werd rustig teruggebracht en ervoer dit als iets heel moois.

Nu is ons gezin uitgebreid met een tweede zoon, en is ons gezin is compleet en we leven in blijdschap. We richten ons niet meer op problemen maar op Hem. Hij heeft steeds voor ons gezorgd.