mariaDe familie waarin ik opgroeide was zeer praktiserend moslim. Ik ging zelf ook altijd bidden op de voorgeschreven tijden. Maar ik miste iets. Ik voelde geen verbondenheid met Allah. Het liet me koud van binnen. Door te leven volgens alle voorschriften begon ik haat te voelen tegen Allah. Hij laat ons leven als slaven. Wat is dat voor een harde Heer? Als Allah echt wil dat we zo leven, dan is hij hatelijk tegenover ons. Diep van binnen wist ik: zo kan Allah niet zijn.

Ik verliet Irak en kwam in Libanon terecht. In Irak had ik geen contact met christenen, want die beschouwden we als ketters. In Libanon kreeg ik wel contact met christenen. In een gebedsboek las ik over ‘Jezus, Zoon van God’. En een vrouw bij wie ik werkte hoorde ik zeggen: ‘Christus, heb medelijden met mij’. Ik begreep dat niet, want Isa is toch maar een mens? God is toch te verheven om een zoon te hebben? Toen ik in Nederland kwam bleef ik met die vraag bezig. Ik had verschillende vragen over het christelijk geloof, maar het ging vooral om die ene vraag: Hoe kan Jezus de Zoon van God zijn? Ik kreeg er slapeloze nachten van. Totdat iemand me uitlegde dat het iets anders betekent dan wat er in de koran staat. Het betekent niet dat God een vrouw had en op een lichamelijke manier een zoon kreeg. God is Geest en Jezus is op een geestelijke manier de Zoon van God. Toen ik dat begreep en accepteerde waren al mijn vragen beantwoord.

In de Bijbel ontdekte ik de waarheid. Ik vond daar dat God vol is van liefde.

Een vriend van me vroeg me wat ik geloofde over God. Ik zei dat ik geloofde dat God liefde is en barmhartigheid. Hij vertelde me dat je dat echt kunt zien als je kijkt naar Jezus. Ik kreeg een evangelie en begon te lezen. Ik vroeg God om me daarbij te leiden als Zijn kind. De koran had ik meer dan 5 keer gelezen, en ik kende veel verzen uit mijn hoofd. Toen ik het evangelie van Christus las vergeleek ik het met de koran. In de Bijbel ontdekte ik de waarheid. Ik vond daar dat God vol is van liefde. Zijn liefde is zo groot dat Hij Zijn eigen Zoon heeft gegeven om ons te redden.

Toen ik dat ging geloven gingen mensen over me praten: ‘ze is van godsdienst veranderd’, zeiden ze. Maar die mensen kijken dan naar dingen die voor mij niet van belang zijn. Ik ben niet veranderd van godsdienst – ik heb nieuw leven gevonden!

Vroeger had ik haat in mijn hart voor mensen die slecht deden. Ik had de eigenschap dat ik kleine fouten van mensen bewaarde in mijn hart en er iets groots van maakte. Ik had een hekel aan die eigenschap. Maar die haat tegen andere mensen is verdwenen. Het was zo’n bevrijding om dat los te kunnen laten. Ik kijk nu met Gods ogen naar andere mensen. Ik maak geen onderscheid meer tussen mensen. Ik probeer te leven volgens het voorbeeld van Jezus.

God heeft me rust en vrede gegeven in mijn hart. Als ik tot Hem ga dan ziet en hoort Hij mij, want dat heeft Hij beloofd. Zoals Hij het gebed van Hagar ook hoorde. Prachtig als je bedenkt wat Ismaël betekent: God luistert. Ik was verdrietig omdat ik geen vader meer heb, maar ik heb nu een hemelse Vader.