Als iemand over mijn profeet begon te praten, dan werd ik boos

In Irak waar ik opgroeide had ik een goed leven. Omdat mijn vader advocaat was hadden we een luxe bestaan, en daarom hoefde ik eigenlijk niet te werken, ook al had ik wel gestudeerd. Mijn broer woonde in Nederland en nodigde mij in 2002 uit om ook hier te komen. Het leven hier was wel heel anders, met winkels die om zes uur ’s avonds al dicht gaan in plaats van het mooie avondleven in Irak. Ik miste mijn familie, en ook mijn vrouw Rana, met wie ik in 2002 was getrouwd. Bovendien was zij in verwachting. Om haar hierheen te halen moest ik bijna vier jaar lang werken.

Toen ze hier aankwam bleek dat ze in die tussenliggende jaren christen was geworden. Ik zei tegen haar: ‘Ik accepteer je in mijn huis, maar we gaan er niet over praten’. Als we wel over godsdienst gingen praten, dan kregen we ruzie. Dat was een lastige periode. Als iemand over mijn profeet begon te praten, dan werd ik boos. Dat duurde zo zeven jaar. Elke dag bad ze voor mij en voor onze familie, en vroeg ze aan God om ons te redden. Ook droomde ze vaak over Jezus, en vertelde daar dan van.

‘Ik voelde dat mijn hart in één ogenblik was veranderd.’

Iemand stak zijn hand naar mij uit

Na zeven jaar gingen we naar Griekenland op vakantie. In Griekenland was Rana tot geloof gekomen. In die twee weken dat we op vakantie waren gebeurde er ook in mijn hart een grote verandering. Dat kwam doordat ik twee keer een droom of visioen kreeg.

Eerst zag ik Jezus in een droom met zijn twee armen open naar mij toe. Hij wachtte op mij. Ik heb die dag gebeden: Wie bent U? Ik wil U kennen. Maar ik was ook in verwarring: Ik héb God al in mijn leven, dacht ik. Waarom zou ik in Jezus moeten geloven? Wie is hij? Ik ken hem niet.

Het tweede visioen gebeurde toen ik op bed lag, maar op de grond viel. Iemand stak zijn hand naar mij uit. Ik keek en ik zag dat de ruimte wit was, als een witte gedaante, maar ik zag alleen de hand, die mij optilde en weer op bed legde. Ik weet niet wat er was gebeurd, maar ik voelde dat mijn hart in één ogenblik was veranderd. Ik voelde grote blijdschap en een hart vol liefde. Ik keerde me naar Rana en zei: ‘Ik geloof in Jezus. Hij is God!’

Jezus heeft mijn zonden betaald

In 2012 zijn we samen gedoopt. Rana had meer dan tien jaar gewacht om zich te laten dopen, omdat ze samen met mij gedoopt wilde worden. Ik vind het prachtig om te weten dat ze zoveel van mij hield! De grootste verandering die plaatsvond toen ik tot geloof kwam, was in de relatie tussen Rana en mij. Alle hatelijkheid die er was geweest maakte plaats voor grote liefde. Vroeger dacht ik dat ik de baas was. Nu heb ik vanuit de Bijbel geleerd dat we als man en vrouw één zijn. Ik heb geleerd dat je als man en vrouw één lichaam bent. In de islam is scheiden makkelijk , maar ik weet nu dat we als man en vrouw niet gescheiden kunnen worden. Allebei willen we dat ook niet.

Een ander verschil is dat ik vroeger bang was, omdat ik onzekerheid had over waar ik zou zijn na de dood. Nu heb ik zekerheid en blijdschap gevonden, en die wil ik graag delen. Jezus heeft mijn zonden betaald. Of ik nou vandaag of morgen dood ga of wanneer dan ook, dan ben ik met de Heer. Daar hoef ik niet bang voor te zijn. Als ik met mijn familie praat die nog geen christen zijn, dan heb ik het over Jezus. En ik wil anderen ook bemoedigen om zonder angst over Jezus te praten met hun familie.

Vroeger hoefde ik uit rijkdom niet te werken. Maar nu ben ik zo blij met mijn leven! Het is nu duizend keer beter!