mustafaToen ik klein was in Turkije was ik niet op zoek naar God. Ik dacht: Is God achter de wolken? God is overal aanwezig in de Turkse samenleving! Toen ik een jaar of dertien was ging ik meedoen met het vasten. Ik deed dat uit gewoonte: ik wilde goed bezig zijn. Persoonlijk gebed kende ik niet. Ik ging met de stroom mee: zo zit het en meer niet. Ik zocht er niet méér achter. Toen ik opgroeide was ik bezig met alledaagse problemen, niet met God. Ik zocht wel rechtvaardigheid in de wereld, wilde voor de zwakken opkomen. Ik had grote moeite met de wereldse orde: het egoïsme van mensen, onderdrukking, martelingen, aardbevingen. Was dat allemaal het ‘oordeel van God’? Ik had daar grote moeite mee. God was er niet meer in mijn leven.

In Turkije ben ik toen getrouwd met een Nederlandse vrouw. We wilden in Turkije wonen – ik had een goede baan in het toerisme. Op een dag had ik een droom. Samen met mijn vrouw was ik bezig koffers in te pakken, met grote blijdschap. Maar die droom kon ik nergens plaatsen.
Kort daarna was er een aanslag op een groep toeristen in Antalya, en daarna kwamen er geen toeristen meer. Werk werd een probleem. En opeens waren we inderdaad bezig onze koffers te pakken, en kwamen we naar Nederland.

Jezus was de persoon die ik zocht. Bij Hem herken ik Gods liefde.

Binnen twee maanden nadat we in Nederland kwamen was alles rond: ik had werk en een verblijfsvergunning. Vanaf de eerste zondag besloot ‘ongelovige Mustafa’ om mee te gaan naar de kerk. De mensen daar waren goed bezig, vond ik. Ze hadden iets wat ik niet had: ze waren bezig met God. Ik was niet afkerig. Wel had ik grote vragen: Wie is Jezus, God de Vader, de Heilige Geest? Ik worstelde met de Drie-eenheid, en ook met ‘Israël’. Op die vragen kreeg ik niet altijd antwoord. Ik probeerde ze rationeel op te lossen. Ik was dus wel nieuwsgierig, maar hield ook afstand. Maar ik zag wel: de mensen die geloven zijn anders dan de mensen die niet geloven. Ik zag iets van God in hun leven. Ik ervoer een roepstem, maar het was een langzaam proces, met kleine stapjes.

Mijn vrouw zei toen: ‘Als ik doodga, weet ik dat ik naar de hemel ga. Ik wil dat jij daar ook bent’. Ik ging toen zelf in de Bijbel lezen. Het verhaal van Jezus boeide me enorm. Ook in mijn gebeden was ik bezig om het te begrijpen. Jezus was de persoon die ik zocht. Bij Hem herken ik Gods liefde. Tot op deze dag houdt Hij mij bezig. Ik vraag me steeds af: ‘Wat zou Jezus doen?’ In mijn gezin, op het werk, in de kerk… Ik ging oprecht bidden. En ook al had ik moeite om mezelf bloot te geven, Hij gaf me enorme kracht. Ik ervoer een bevoorrechte positie: Ik ben de enige Turkse christen in mijn stad, als een roepstem in de woestijn. De strijd tussen de oude en de nieuwe Mustafa blijft, maar ik ben nog nooit zo vrij en sterk geweest als nu. Dat verlegen jongetje in Anatolia is nu iemand met vrede in zijn hart, die zelf ook wilt werken aan vrede.