naimaIk ben opgegroeid in een islamitisch gezin. Mijn ouders waren erg jong toen ze trouwden. Terugkijkend op deze periode weet ik diep in mijn hart dat mijn ouders naar eer en geweten mij en mijn broertjes en zusjes hebben opgevoed. Mijn vader was in mijn ogen een man met aanzien en mijn moeder is een vrome moslima. Ik was een lastige puber en mijn ouders wisten vaak niet wat ze met me aanmoesten. Op mijn viertiende ben ik officieel uit huis geplaatst. Ik heb in verschillende internaten gezeten door het hele land. Ik was erg jong toen ik met seksueel misbruik in aanraking kwam. Mijn hart was gevuld met haat. Ik wist dat God bestond, maar wie Hij dan was? – nee, daar had ik geen idee van. Dat Jezus de zoon van God was? Nee, daar ben ik zelf niet opgekomen.

Op mijn vijftiende werd ik het slachtoffer van mannen die mij van mijn laatste stukje gevoel en eer beroofden. Toen wist ik het zeker: God wilde mij zien lijden. Ik was boos, onteerd en mijn hart was verhard. Wat nu? Daar stond ik in de wereld, eenzaam. Ik was inmiddels terug in het gesloten internaat en voelde me niks waard. Wat was ik nou? Een vrouw die al haar eer kwijt was. Ik schreeuwde het uit naar God! Waar bent U dan? Waarom? Hoezo? De hemel zweeg in alle talen of misschien wilde ik het helemaal niet horen. Een paar jaar later woonde ik op mezelf met mijn zoon die net een half jaar oud was. Ik had een relatie gehad met een man die niet goed voor me was. Was dit nou Gods wil? Nee, dat was het zeker niet.

Ik begon te vragen: Hoe kan het zijn dat God liefde is? Kijk nou wat er in mijn leven is gebeurd!

Ik kwam in de stad te wonen waar ik nu woon. Mijn overbuurvouw is christen. We spraken elkaar regelmatig en we werden vriendinnen. Op een dag besloten we zonder kinderen een dagje naar Amsterdam te gaan. Zo gezegd zo gedaan. Na een tijdje kwam het gesprek al gauw op God. In de eerste instantie werd ik heel boos want wie was die God dan wel? En: liefde, wat wist Hij daar nu vanaf? Ze legde me uit dat God wel degelijk liefde was en Jezus, zijn eniggeboren Zoon, naar de aarde heeft gestuurd om mijn zonde en mijn pijn op zich te nemen. Ik begreep daar niks van. Opgelucht dat we aankwamen in Amsterdam stapten we uit.

Na een gezellige dag keerde we weer op huis aan. Het gesprek liet me niet los en ik begon te vragen: Hoe kan het zijn dat God liefde is? Kijk nou wat er in mijn leven is gebeurd! Toen kreeg ik de simpele verklaring: ‘Er is ook nog een duivel’. Ja, die was er zeker. Ik vond Jezus wel interessant want hoe kan het dat God een zoon had en die ook nog voor mij en jou heeft geofferd. Dat was Gods liefde.

Met de uitnodiging een keer mee te gaan naar de kerk in mijn zak leefde ik mijn leven tot ik er niet meer onder uit kon. Op een zekere zondag trok ik mijn mooiste kleren aan en ging naar de kerk samen met die vriendin. Mijn hart was nog steeds gevuld met verdiet, pijn en bovenal haat. Toch deed God iets heel bijzonders: Hij herstelde die dag in de kerk een stuk van mijn verdriet, en liet me door zijn hand weten: Ja, ook jij ben mijn dochter!

Elke dag prijs ik de Heer voor de genezing en de liefde die Hij me gegeven heeft. Zonder Hem was mijn leven leeg en gevuld met pijn!