Een diep donker dal

Je vraagt je nu misschien af hoe een Turkse dame met islamitische wortels christelijk is geworden. Dat ga ik je nu vertellen. Ik ben opgegroeid in een gezin dat naar zeggen ‘moslim’ was.  Allebei mijn ouders deden er niets mee, maar als iemand vroeg of ze gelovig waren zeiden ze ja. Misschien met twijfels, misschien met tegenzin, puur omdat het erbij hoort.

Vroeg in mijn tienerjaren ben ik mijn vader verloren aan een spontane hartaanval. Hij was niet meer te redden, alles gebeurde voor mijn ogen waardoor ik me zelf de schuld gaf. Had ik niet eerder kunnen handelen? Eerder 112 alarmeren? Waarom? En nu? Allemaal negatieve gedachten die mij achtervolgden.
Al snel werd ik door de artsen als depressief verklaard met een Post Tramautische Stress Syndroom als gevolg. Alsof dat niet genoeg was werden de karaktereigenschappen van mijn moeder 180 graden omgedraaid. Ze werd van een liefdevolle moeder een moeder die alleen maar begon te schelden en alles maar verwijten. Dit alles had natuurlijk met het spontane verlies van mijn vader te maken. Het kwam als een klap binnen in ons gezin. Mijn leven was veranderd in een donker diep dal. Niets kon mij meer schelen. Mijn vader was me afgenomen, en mijn moeder een soort van ook. Nouja, ze leefde nog wel maar haar woorden en daden waren niet aan te horen en zien.

Opgenomen

Na een jaar tobben met mezelf en de thuissituatie ben ik gezakt van HAVO naar het VMBO. Alles ging slecht, ik kon het niet meer aan, zeiden ze op school. Ik was er wel maar ook weer niet, de leraren maakten zich ernstig zorgen over mij. Volgens hen kon ik beter eerst aan mezelf werken en even een time out nemen. Al snel volgde een gesprek thuis met een deel van de famillie dat ik hulp moest krijgen. We werden doorgestuurd naar de jeugd GGZ. Een nachtmerrie voor iedereen. Ik ben toch niet gek? Wat moet ik daar?
Na een aantal gesprekken voelde het fijn om daar te zijn, ik kon me zelf zijn en vertellen wat er in mij omging. Tijdens een tussentijds gesprek met andere gezinsleden werd besloten om mij op te laten nemen op een afdeling waar jongeren met depresiviteit en andere problematiek verblijven. Veel meer had ik niet te zeggen. Zij hadden toch al besloten dat het zo niet verder ging.

Waarom zou je bidden?

Na een heftig weekend thuis heb ik mijn koffer bij elkaar geraapt. De opname zou zeker een half jaar duren met intensieve therapie. Heel naar maar waar. Aangekomen in de kliniek waren er veel jongeren van mijn leeftijd met soortgelijke problemen. We hadden een ding gemeen. We voelden ons allemaal zwak en niet geliefd. Ieder zijn eigen dillema, met sommigen viel te praten. Met anderen weer niet. Het was erg onwennig in het begin.
Na vier weken kwam er een meisje bij in onze groep. Een prachtige meid met veel problemen en verdriet. We raakten al snel bevriend. Tijdens het eten zaten we vaak tegenover elkaar aan dezelfde eettafel. Het viel mij op dat de begeleiding van de kliniek elke keer vlak voor het eten zei: Een moment stilte alsjeblieft. Iedereen die niet ging bidden voor het eten was stil en keek elkaar wat ongemakkelijk aan. Het meisje dat tegenover mij zat deed haar handen bij elkaar, sloot haar ogen dicht en was circa 1 minuut stil. Na het gebed zeiden we eet smakelijk en aten we onze maaltijd.

Haar daad om voor het eten te bidden gaf mij in de kliniek veel twijfels. Ik vond het vreemd dat je voor je eten ging bidden. Waarom zou je voor je eten bidden dat je toch al krijgt? En waarom zou je bidden tot een God als er toch allemaal nare dingen in de wereld gebeuren. Als er een God was zouden wij toch niet in een kliniek verblijven met veel pijn en verdriet? Al deze vragen kwamen vaker bij mij op. Ik besloot het zelfs met mijn psycholoog te delen. Zij vertelde mij heel rationeel dat sommige mensen veel steun kunnen hebben aan het geloof. Nou voor mij was dat niet weggelegd. Dacht ik.

Ondertussen ging het slechter met mijn moeder. Onze relatie veranderde enorm. We waren niet meer moeder en dochter maar twee vreemden. We groeiden uit elkaar, haar verwijten naar mij toe werden groter. Door de thuissituatie besloten de artsen om mij iets langer in de kliniek te houden dan was afgesproken. Dat half jaar ging voorbij maar er kwamen nog wel twee maanden bij. Echt een ramp voor ieder kind.

Zo makkelijk kon het toch niet zijn?

De band die ik in de kliniek kreeg met het meisje dat elke keer ging bidden en danken voor het eten werd steeds intiemer. In onze vrije tijd mochten we een uurtje buiten wandelen of even iets voor ons zelf doen. Tijdens een wandeling op een middag vroeg ik aan haar waarom ze steeds ging bidden. Ze gaf mij een heel lang antwoord. Maar even voor jullie zal ik het kort samenvatten: Ik ben christelijk opgegroeid, mijn ouders en ik bidden en danken altijd voor het eten dat wij krijgen van God. God ziet ons en geeft ons wat wij nodig hebben daar hoort ook het eten en drinken bij.
Met versteld staande ogen zei ik: Bijzonder! Knap dat je er elke keer zin in hebt. Mijn volgende vraag volgde al snel tijdens deze wandeling. Ik vroeg aan haar of zij mij kon vertellen wat je er voor moest doen om in de hemel te komen. Haar antwoord was kort maar krachtig. GELOVEN. Ik lachte als het ware. ‘Geloven’ zei ik?  Maar je moet toch vast wel meer doen, in de islam draagt men een hoofddoek, gaat naar Mekka etc. Dat klopt, zei ze, maar God vraagt niets anders aan je dan geloven, ieder die oprecht gelooft in Hem zal worden gered en mag bij Hem in de hemel voor eeuwig leven.  Dit klonk wel erg mooi. Zo makkelijk kon het toch niet zijn?

Dit hoort toch niet bij een Turkse meid?

Na een dag of 2-3 heb ik gevraagd of ik iets mag lezen of luisteren om meer te weten waar zij nou precies in gelooft. Ze liet me een lied horen : ‘Als ik huil’ (te vinden op YouTube: van Marcel en Lydia Zimmer) Dit werd al snel mijn favoriete lied. Ook kreeg ik een kinderbijbel van haar. Daar snapte ik niet echt veel van. Maar het was toch wel mooi om te lezen hoe God elke keer sprak in de bijbel.
Uiteraard voelde ik me soms wel schuldig of snel ongemakkelijk als ik in de bijbel las, want dit hoort toch niet bij een Turkse meid? Die hoort gewoon te doen wat de ouders zeggen en geloven. Maar toch deed ik het, interesse speelde ook een grote rol. Vlak daarna vroeg ze mij of ik mee wilde naar de kerk op zondag. Naar de kerk? Zei ik angstig. Nou ik weet het niet… Als mijn moeder dat hoort zal ze niet bepaald blij zijn en zullen we nog meer uit elkaar groeien, want ik doe toch niets goeds in haar ogen, zei ik. Kom op, zei ze, je hoeft echt niets, je kan alleen kijken en als we zingen zul jij het heel mooi vinden. Na drie weken kreeg ik de moed en besprak het met mijn psycholoog. Geef het een kans, zei ze. Dus ben ik meegegaan, onderweg in de auto trilde ik van de angst. Wat gaan we nou doen? Ga ik echt naar een kerk? Pff. Het zweet brak me uit.

De liederen gingen over mij

We waren aangekomen. Toen ik mijn jas ophing kreeg ik al tientallen glimlachende blikken. Uiteraard stond ik naast mijn vriendin in de kerk en met haar ouders. Ik zou het gewoon over mij heen laten komen, hadden we afgesproken. Er kwam een meneer, die wenste iedereen welkom, en iedereen stond op. Alle ogen waren gesloten en in het midden stond een heel groot kruis. Iedereen richtte zich op God en de dominee las een gebed op. Alleen mijn ogen waren wijd open. Ik keek iedereen in de zaal een voor een aan. Het was zo intens en zo oprecht hoe ze gingen bidden tot God. ‘Wij verwachten alles van U Heer’, zei de dominee. De tranen vloeiden over mijn wangen heen en ik moest echt even zitten. De liederen die we zongen gingen helemaal over mij! Althans dat gevoel kreeg ik. Wat een ervaring. Ik voelde echt dat er iets gebeurde in mij op die dag in die kerk.

Een leven met Jezus

Na afloop hebben veel mensen mij verteld dat ze het leuk vonden dat ik er was. Dit gaf mij een gevoel van thuiskomen. De volgende zondag volgde al snel en wilde ik weer mee. Ondertussen werden onze gesprekken steeds dieper over het geloof. Van Adam en Eva tot dat Jezus ooit terug zal komen en zal verschijnen op de wolken. Thuis ging het steeds slechter, en is er besloten om mij uit huis te plaatsen. Eng. Vreemd. In de kliniek was er nog een meisje dat christelijk was (ondertussen mijn schoonzus). Haar ouders kenden mijn verhaal van haar, en besloten mij te helpen met een kamertje bij hen in huis waar ik opnieuw kon beginnen. Want hun oudste zoon (nu mijn man) was al uit huis. Ik heb veel nagedacht over dit aanzoek. Maar het was óf dit, óf ik zou tot mijn 18e  in een crisisopvang geplaatst worden met zeven andere jongeren. Toen ben ik voor het eerst gaan bidden, heel ongemakkelijk nog. Ik bad of God mij wilde laten zien wat ik moest doen in deze moeilijke situatie. Dat ik thuis weg moest was al zeker, want ondertussen voelde ik mij al vele malen beter. Dus terug naar huis zou een hele verkeerde stap zijn volgens de artsen. Uiteindelijk heb ik besloten om mee te gaan met het christelijke gezin. Eigenlijk was de keuze niet zo heel moeilijk. Ik besloot daarvoor al dat ik Jezus wilde leren kennen. En toen (mijn schoonzus) ook vertelde dat ze christelijk waren zei een stemmetje in mij: DOEN. Dit moet je doen. Ongeveer vijf jaar heb ik daar gewoond en ben compleet met alles opnieuw begonnen. Ik heb mijn school opgepakt, nieuwe vrienden gemaakt. Maar het allerbelangrijkste: ik heb de ware God ontdekt. Ik ben gedoopt, en leef nu een leven met Jezus. In de kerk waar ik nu verblijf geef ik bijbelklas aan kinderen zodat zij veel meer mogen leren over onze God. Ondertussen ben ik getrouwd met de oudste zoon die al uit huis was van het gezin waar ik verbleef. We hebben een goed en gezellig leven samen.

Natuurlijk blijft het wel moeilijk in je leven, maar ik heb nu een Vader die voor mij zorgt. Hij is bij mij maar ook bij jou. Alle dagen lang.
Bedankt voor het lezen J God houdt van jou! Wil jij Hem ook ontmoeten? Hij jou wel!