rezaToen ik negen jaar oud was, was het halverwege de oorlog tussen Iran en Irak. Het was een spannende en moeilijke tijd voor ons land. Het Irakese leger bombardeerde bijna elke dag de belangrijkste doelwitten in Iran. Wij als gezin hadden afgesproken dat wanneer wij de sirene hoorden, wij gelijk naar een veilige plek moesten rennen . De veiligste plek was onze keuken. Op dat moment ging mijn moeder bidden en de namen van alle heilige Imams roepen om de rust te krijgen.

Het was heel erg spannend en angstaanjagend voor mij, maar ik riep opeens de naam van Jezus om mij en ons rust te geven, en dat werkte. Op school hadden wij een week daarvoor een les gehad over Jezus als profeet die mensen genas en van de dood opwekte. Als kind van negen vond ik het een erg bijzondere persoon. Later in mijn puberteit ging ik elke dag bidden en elk jaar vasten om dichtbij Allah te komen, maar Hij nam iedere keer afstand van mij. Ik deed dingen die in zijn ogen niet goed waren. Ik vond het erg oneerlijk en vroeg me af waarom Hij niet meer van mij hield.

Ik herkende mijzelf in het verhaal van de profeet Jeremia, die in zijn jonge jaren heel veel ellende over zich heen kreeg.

De afstand tussen Allah en mij werd groter en niet meer liefdevol. Ik bad en vastte, omdat ik het moest, dus het was niet vanuit mijn hart. Op mijn drieëntwintigste moest ik mijn vaderland verlaten (vanwege een aantal redenen) om naar Nederland te gaan. De eerste maanden waren er erg moeilijk. Ik vroeg me elke dag af hoe ik als moslim mijn geloof hier kon behouden, totdat ik van mijn huisgenoot de eerste Bijbel in mijn eigen taal kon krijgen en lezen.

De eerste teksten die ik las, waren de Klaagliederen hoofdstuk 3, vers 15-32: Hij verzadigt mij met bittere kruiden, hij geeft me alsem te drinken in overvloed, hij laat me mijn tanden stukbijten op stenen, hij drukt mij neer in het stof. Mijn leven is verstoken van vrede, geluk is mij vreemd geworden. Steeds denk ik: Verdwenen is mijn glans, vervlogen mijn hoop op de HEER. Gedenk mijn nood en mijn zwervend bestaan, de alsem en het gif. Telkens als ik mijn lot overdenk, ben ik diep terneergeslagen. Toch geef ik de hoop niet op, want hieraan houd ik vast: Genadig is de HEER: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen. Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. – Veelvuldig blijkt uw trouw! Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op hem gevestigd. Goed is de HEER voor wie hem zoekt en alles van hem verwacht. Goed is het geduldig te hopen op de HEER die redding brengt. Goed is het als een mens zijn juk draagt in zijn jeugd. Laat hij neerzitten, eenzaam en geduldig, als het hem wordt opgelegd. Laat hij zich neerwerpen en stof likken, misschien is er hoop. Laat hij zijn wang bieden aan wie hem slaat, laat hij verzadigd raken van hoon. Want de Heer verwerpt niet voor eeuwig. Als hij leed berokkent, ontfermt hij zich ook, zo groot is zijn genade;

Dit sprak mij erg aan, want ik voelde me op dat moment alsof God met zijn woorden met mij praatte. Het ging hier om het verhaal van de profeet Jeremia die in zijn jonge jaren heel veel ellende over zich heen kreeg. Ik herkende mijzelf in dat verhaal, en voelde me aangesproken door God . Vanaf dat moment begon ik de Bijbel elke dag te lezen. Hoe meer ik lees, hoe meer ik Hem leer kennen. Ik ontdek dat Hij van mij houdt niet door wat ik doe maar wie ik ben. Toen ik het verhaal van het kruis las, kwam ik erachter hoe diep Hij van mij houdt, doordat Hij de enige geboren Zoon voor mij opgeofferd heeft. Daarom ben ik op mijn knieën gegaan om Hem als verlosser en mijn redder te accepteren. Hij geeft mij het eeuwige leven en zijn Geest om zoals Hem te zijn en Hem te volgen.