saidIk kom uit een liberale Soennitische familie in Syrië en eigenlijk was ik religieuzer dan mijn gezin. Ik ging altijd trouw naar de moskee en schold en zweerde nooit in Gods naam. Door mijn goede gedrag viel ik op in de buurt.

De buren noemden mij ‘het lievelingetje van God’. Tot mijn twintigste was ik een echte gelovige. Voor mijn moeder was de islam ook belangrijk, voor mijn vader niet. Hij zei altijd ‘één jood werkt harder dan tien moslims’ . Mijn moeder stond daardoor echt aan mijn kant.

Als kind van acht of negen jaar had ik wel eens een boekje bij ons in huis gezien dat heette ‘het eeuwige leven’. Het moest gaan over iemand die nooit dood kon gaan. Het begon met ‘Mattheus’ (in het Arabisch ‘Matta’) en ik dacht het eerste hoofdstuk ‘wanneer?’ heette (de letterlijke betekenis van ‘matta’ in het Arabisch). Ik las daarin ook over een ster die een drietal mannen de weg wees, maar verder begreep ik er niet veel van. Achteraf was het wel bijzonder dat in ons dorp van 70.000 moslims, en verder geen enkele christen, wij dat boek hadden. Dat was mijn eerste onbewuste contact met het christendom.

Nu leerde ik Iemand kennen die
bereid was om op zoek te gaan naar
één schaapje dat verdwaald was,
die dus zelfs voor één persoon moeite wil doen!

Als 20’er had ik regelmatig gesprekken met vrienden met wie ik groot geworden was. Zij brachten me door hun kritische vragen aan het nadenken over de Koran en Mohammed. Ik kreeg moeite om Mohammed te accepteren. Hij trouwde met een meisje van negen, trouwde bovendien erg vaak, en liet zijn adoptiezoon scheiden van zijn vrouw zodat hij haar kon trouwen.

In 1986 ben ik gestopt met religie. Ik heb toen vier jaar zonder God geleefd. Het is onacceptabel in mijn cultuur dat je niets gelooft. Je hebt God nodig, maar ik wilde niet terug naar islam, dus ik dacht ‘nu maar eens christendom proberen om God te vinden’.

In die tijd bezocht ik Jordanië en lag in de woestijn op mijn rug te kijken naar de sterren. Het was net na middernacht en onder de sterren die zo helder schenen, begonnen er een aantal te vallen. Ik dacht ‘hoeveel sterren zijn er wel niet, en hoeveel mensen zijn er wel niet in deze wereld. Zoveel grootheid, God moet bestaan’. Ik werd toen meteen weer herinnerd aan het boekje uit mijn kindertijd, over ‘Matta’ en over de mannen uit het Oosten die op zoek waren naar die ene ster. ‘Ik ga een kerk zoeken’ besloot ik.

Meteen daarna ben ik in Libanon naar een kerk gegaan. Omdat ik uit Syrië kom, twijfelden ze over mijn motivatie en wilden ze me niet helpen. Ze zeiden “Lees de Bijbel en kom over een jaar terug”. Gelukkig vond ik ook een evangelische kerk en daar heetten ze me van harte welkom. Ze waren liefdevol, en na een aantal maanden werd mijn hart steeds meer open.
Voorganger Edward bad voor mij om de Heilige Geest en dat was een bijzonder gevoel, ik ervoer werkelijk een vuur in mijn lichaam. Ik leerde niet een geloof kennen maar een levende relatie. Die kan verschillen per persoon, net zoals een relatie van verschillende mensen met dezelfde persoon kan verschillen. Ik was dat niet gewend, eerder moest altijd alles hetzelfde en volgens bepaalde regels zijn. Nu leerde ik Iemand kennen die bereid was om op zoek te gaan naar één schaapje dat verdwaald was, die dus zelfs voor één persoon moeite wil doen!

Na die intensieve ervaringen in Libanon, stopte ik met roken omdat ik er geen behoefte meer aan had. Ik leerde liefde op een nieuwe manier kennen. Ik leerde vergeven, al degenen die mij fout hadden gedaan, omdat ik door Jezus inzag dat ik ook fout was geweest. Ik begon echt te stralen, want het hart bepaalt hoe je er van buiten uitziet, en als Jezus je hart verandert, dan verandert er ook zichtbaar iets.

Na die periode kreeg ik ook nieuwe problemen en moest vluchten naar Nederland. Nu ben ik twaalf jaar hier. Veel vluchtelingen uit moslimlanden denken dat men vlucht voor politieke dictatuur, maar ik zie dat ze eigenlijk gevlucht zijn voor de gedachtengoed van de islam. Een dictatuur kan komen en gaan, uiteindelijk zoeken we allemaal een land van vrijheid, en die zal niet komen onder een religie van dwang.