samiraIk ben geboren uit een sjiitische moeder en een soennitische vader. Hoewel uit streng-religieuze families afkomstig, waren ze zelf niet heel godsdienstig. We mochten ‘zelf ontdekken’, maar wel binnen de grenzen. Je bent en blijft moslim, of je nu trouw de moskee bezoekt of niet. Het hele land is doordrenkt met islam, de hele stad ademt Koran. Je weet niet beter, islam is overal om je heen.

Als tiener was ik erg rebels, waarschijnlijk door alle ‘control’ van mijn ouders, heel perfectionistisch allebei. Ik had niet zo’n goede verhouding met hen. Over liefde werd niet gesproken. Een arm om je schouders, een kus, dat kende ik niet. Dat ik als jong kind seksueel misbruikt was door een familielid droeg ook niet echt bij aan mijn gedrag. Vooral op school toonde ik me nogal eens opstandig. In wezen was ik op zoek naar ‘geliefd worden’.

Na weer eens zo’n ‘buitje’ op school kwam de godsdienstlerares naar mij toe: ‘Weet je, Samira, je hebt God nodig.’ Ja, dat wist ik wel. Hij weet alles, Hem hoef ik niets uit te leggen. Maar de andere kant is dat je niet mag praten over zoiets als seksueel misbruik; je kunt gewoon niet vertellen wat er aan de hand is. Er bestaat geen definitie van incest. Het is niet bespreekbaar, de schuld komt hoe dan ook bij jou te liggen. Het is als spugen omhoog – het valt in je eigen gezicht terug.

‘Eigenlijk was ik op zoek naar Iemand die me zag zitten.’

 

Ik begon extra goed mee te doen, extra gebed, nachtgebed, een cursus islamologie. Het lijkt heel intellectueel en zo, op onderzoek gaan, studeren, je verdiepen in geestelijke zaken, maar eigenlijk wil je ergens bij horen. Eigenlijk was ik op zoek naar Iemand die me zag zitten. Ook bij de cursus islamologie bleef ik dwarsliggen. Het bracht me niet verder. Ik kreeg steeds meer vragen. Steeds meer besefte ik: God is groot en ik ben klein. Hij is onbereikbaar voor mij.

Ik begon die vragen ook te stellen: ‘Waarom kon de Profeet met een meisje van negen trouwen? Waarom dit, waarom dat?’ De leraar kwam naar me toe en zei: ‘Als je zo doorgaat, word je of atheïstisch of gek. Dit soort vragen mag je niet meer stellen. Je maakt de groep onrustig.’ Dat hakte erin. Kwaad, heel kwaad ben ik weggegaan. Van ellende heb ik twee weken lang in bed gelegen. ‘Het moet aan mij liggen, het moet aan mij liggen’, hamerde het in mijn hoofd.

Al die tijd was ik gewoon moslim, ondanks die innerlijke onrust. Ik bleef gewoon meedoen met het vasten, de ramadan, de hoofddoek. Ik was 19 jaar. Mijn vader vond dat ik wiskunde moest gaan studeren, zo hoog mogelijk. Maar ik koos kunstgeschiedenis. Alles was een gevecht, tot zelfs die keuze voor een studie aan de universiteit. Ik kwam in aanraking met soefisme en hield me bezig met transcendente meditatie, je innerlijk leren kennen, je chakra’s. Een goeroe, die persoonlijke aandacht gaf, het was weldadig. Ik heb het volgehouden tot het punt gekomen was dat ‘mijn chakra’s open gingen’; dat is het moment dat je met je leidende geest gaat ontdekken wat je bestemming is. Dat maakte me angstig: ‘Ga ik de toekomst voorspellen. Of? Of?’ Juist toen hoorde ik dat mijn goeroe naar bed ging met een van de meisjes. Ik voelde me bedrogen. Ik keerde me af.

Spiritueel was ik nog altijd op zoek naar God en na de teleurstelling met de goeroe wilde ik mezelf van binnenuit reinigen. Dat probeerde ik te combineren met dichter bij God komen. Ik ging heel veel lezen. Met een clubje van twaalf vrouwen lazen we van alles, ook verboden boeken. Het gaf je gewoon een goed gevoel dat je zo openstond, het was stoer dat je zulke boeken durfde te lezen.

Een zus van een van hen kreeg na een bezoek aan de Verenigde Staten een bijbel mee als souvenir. We kregen er ieder één maand de tijd voor en achter elkaar heb ik de Bijbel gelezen. Vraag me niet wat ik ervan begreep. Maar één verhaal bleef me bij, dat van de overspelige vrouw die bij Jezus werd gebracht.

‘Die reactie van Jezus, was de eerste druppel liefde en veiligheid die ik voelde bij de persoon van Christus.’

In dat groepje vrouwen bediscussieerden we dat. In de islam bestaat een dergelijk verhaal ook. Een vrouw, zwanger, verkracht, komt bij Mohammed. Hij besluit dat ze pas na de geboorte van het kind gestenigd wordt. ‘Wat een ultieme genade’, vonden wij, ‘kijk toch eens, ze mag zelfs blijven leven totdat het kind geboren is.’ Al met al gingen we er tamelijk intellectueel mee om. Maar dat verhaal vergat ik niet. Die reactie van Jezus, was de eerste druppel liefde en veiligheid die ik voelde bij de persoon van Christus.

Drie maanden daarna vluchtte mijn moeder naar Nederland. Weg uit de beklemming van haar streng-religieuze familie, weg ook uit de relatie met mijn vader. Ik wilde niet weg, ik wilde helemaal niet weg! Wat moest ik in Nederland? Ik mocht dan wel rebels en opstandig zijn en verboden dingen doen, maar het was intellectuele opstandigheid die in wezen niet gevaarlijk was. Ik studeerde de kunstgeschiedenis van mijn land, wat móest ik in Nederland? Maar ik moest mee van mijn vader. Ik was bijna 22, mijn zusje 11. Door deze onverwachte wending was ik zo kwaad op God: ‘Je wilt gewoon laten zien hoe machtig je wel niet bent!’ ‘Oké’, dacht ik, ‘doe dan maar wat goeds in mijn leven.’

Toen was er die uitnodiging, op de deur van de caravan waarin we huisden. ’s Avonds zou er in de kantine een film in mijn taal vertoond worden. De film ging over het leven van Jezus, gebaseerd op het Lukas-evangelie. Het eindbeeld dat een hele tijd bleef staan, liet Jezus zien die zei: ‘Kom tot mij.’ Het was alsof er heet water over mij heen gegoten werd, alles, mijn hele lichaam begon te branden. Ik begon te huilen, te huilen. ‘Dit zocht ik al die tijd, dit is het: rust.’

Vlak daarna kreeg ik van christenen die in het kamp kwamen een bijbel. En elke keer als we verhuisden, stonden er binnen een paar dagen mensen voor de deur die vroegen: ‘Wil je mee naar de kerk? Zullen we je komen halen?’ Maar het kwam niet in me op dat ik misschien ook een christen zou mogen zijn.

In Middelharnis leerde ik Joke kennen die mij meenam naar de kerk. Op een dag vroeg ze mij: ‘Wat vind je van Christus? Wie is Hij voor jou?’ Als in mijn cultuur je iets gevraagd wordt, ben je wel verplicht om antwoord te geven, dus ik zei: ‘Degene die mij veiligheid geeft, die mij redt.’ ‘Weet je dat Hij de Zoon van God is, dat Hij ‘Heer’ is?’ vroeg Joke daarna. Dat wist ik eigenlijk heel goed. Ik kon er niet onderuit. Uit beleefdheid ging ik in op haar uitnodiging het zondaarsgebed te bidden: ‘Ik leg mijn leven van nu af aan in Uw hand.’

Het was heerlijk, officieel hoorde ik nu bij Hem. Maar ik was ook heel bang. Als ze dit te weten komen waar ik vandaan kom, zouden ze me onthoofden! Ik snapte nog niet dat dit niet mijn probleem was, maar dat van God. Vanaf die tijd ging ik veel trouwer mee. Ik voelde me heel veilig bij christenen.

 

Al die tijd begreep mijn moeder mij niet, maar zij ontdekte wel: “Samira is veranderd, het is goed voor haar dat ze christen is.

In de samenkomst werden liederen gezongen, meestal in het Nederlands dat nog moeilijk voor me was. Maar toen klonk Amazing Grace, dat kon ik verstaan! Ik voelde me zo omringd door liefde, als een deken. Het begon te borrelen, mijn tranen begonnen te stromen, het hield niet op. Die liefde, die rust, die veiligheid, dat was Jezus. En ik wist: wat Hij doet, is goed. Vanaf dat moment had ik echt rust en voelde ik me veilig. Ik werd gedoopt. Al die tijd begreep mijn moeder mij niet, maar zij ontdekte wel: ‘Samira is veranderd, het is goed voor haar dat ze christen is.’