selma2Ik ben geboren uit een Turkse vader en een Nederlandse moeder. Mijn verhaal begint eigenlijk al in mijn jeugd. Thuis werd ik als moslim opgevoed en op school kreeg ik het christelijk geloof mee. Ik weet nog hoe verwarrend ik dat vond. Thuis leerde ik dat God je zal straffen en werd ik met harde hand opgevoed en op school leerde ik dat God een Vader is, die je zonden vergeeft, en dat Jezus aan het kruis gestorven is voor onze zonden. Ik begon me steeds prettiger te voelen met het christelijk geloof. Mijn vader was fel tegen alles wat met christenen te maken had. Zo kan ik mij herinneren dat hij mijn lagere-schoolbijbel verscheurd en weggegooid heeft. Zo groot was zijn haat. Aan de ene kant werd ik dus opgevoed met de woorden dat God je zal straffen, als je iets verkeerds gedaan hebt en dat God alles ziet. Aan de andere kant leerde ik dat God liefde is. Oh ik voelde mij zo fijn als ik uit de Bijbel las en als ik daar verhalen over hoorde.

Eigenlijk heel mijn leven heb ik geworsteld met de vraag welk geloof nu het meeste bij mij paste…wat mij het meeste aansprak. Het zaadje is bij mij vroeg in mijn jeugd al gezaaid en God laat niet los wat Zijn hand begonnen is. Zodoende heb ik in 2000 de stap durven maken om mij te laten dopen. Ik was toen getrouwd met een Belgische man. Voor het eerst van mijn leven durfde ik zelf een beslissing te nemen. Ik wist op dat moment wat de gevolgen zouden zijn en eigenlijk nog niet zo goed wat het mij zou ‘opleveren’, maar ik voelde heel sterk dat ik het moest doen. Ik heb mij in 2000 samen met mijn zoon laten dopen en het was net alsof de hemel openging. De warmte, die ik voelde…zo mooi. De andere kant was dat mijn vader en broer niets meer met mij te maken wilden hebben. In dat zelfde jaar stierf mijn moeder. Ik was in één klap, op mijn zusje na, mijn hele familie kwijt. Het jaar daarop ging mijn man bij mij weg en stond ik helemaal alleen, met twee kleine kinderen, want eerder dat jaar werd mijn jongste zoon geboren.

Op zijn sterfbed vroeg mijn vader mij om hem te vergeven.

De woorden uit de Bijbel klonken door mijn hoofd: ‘U zult huis en haard verlaten om mij te dienen’. Mijn geloof werd alleen maar sterker. Ik heb mogen leren en ervaren dat we een God van liefde hebben, die Zijn kinderen niet in de steek laat. Met die liefde kon ik mijn vader op zijn sterfbed begeleiden. Ik ben geen moment van zijn zijde geweken. Op zijn sterfbed vroeg hij mij om hem te vergeven, voor de dingen die hij naar mij toe gedaan had. Natuurlijk heb ik hem vergeven, want God vergeeft ons toch ook iedere keer onze zonden. Door de jaren heen ben ik God kunnen gaan accepteren als Vader. Dit kon omdat ik in een zeer warme christelijke gemeente terecht ben gekomen. De mensen daar hielpen mij er echt zo doorheen.

Ik leerde daar dat we een liefdevolle Vader hebben, die voor ons zorgt. Dat ik de moeite waard ben, dat ik een dochter van de Allerhoogste ben. Ik leerde en heb mogen ervaren dat we allemaal broeders en zuster in de Here zijn. We zijn allemaal een onderdeel van het lichaam van Christus. Wat is het toch mooi om een Vader te hebben, die je dag aan dag draagt, die altijd van je zal blijven houden, waar je bij kunt schuilen. Hoe moeilijk situaties ook kunnen zijn, er is altijd uitkomst, er is altijd redding, want we hebben een Hemelse Vader, die zorgt.